Algemene plaatselijke verordening Eindhoven BETA Foutje gevonden?

Inhoud

Paragraaf

Afdeling 4. Voetbalwedstrijden

Artikel 2:26a

Begripsbepalingen

Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:

  • omgeving van het Jan Louwersstadion: het gebied dat wordt omsloten door de Antoon Coolenlaan, de Professor Holstlaan, de Rijksweg A2/A67, de Roostenlaan en de Floralaan West, daarbij inbegrepen de genoemde wegen;

  • omgeving van het Philipsstadion: het gebied dat wordt omsloten door de Boschdijk, de Marconilaan, de Beukenlaan (inclusief het gehele spoorwegstation Eindhoven Strijp S), de Strijpsestraat, de Willemstraat, de Vonderweg, de Mauritsstraat, de Edenstraat, de Dr. Schaepmanlaan, de Elzentlaan, de St. Jorislaan, de Geldropseweg, de Vestdijk, de Bleekstraat, de Nachtegaallaan, de Parklaan, het Dommeltunneltje, de Prof. Dr. Dorgelolaan en Fellenoord, daarbij inbegrepen de genoemde wegen;

  • organisator:

  • de betaald voetbalorganisaties PSV en FC Eindhoven, indien het betreft een voetbalwedstrijd waarbij het eerste elftal van de betaald voetbalorganisatie PSV of FC Eindhoven dan wel Jong PSV als thuisspelende ploeg betrokken is, uitgezonderd wedstrijden buiten enig competitieverband tegen een amateurvoetbalorganisatie;

  • de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond, indien het betreft een voetbalwedstrijd tussen voetbalorganisaties afkomstig van buiten de gemeente Eindhoven, waarbij ten minste één betaald voetbalorganisatie is betrokken;

  • degene die buiten de gevallen genoemd onder a en b een voetbalwedstrijd organiseert waarbij ten minste één betaald voetbalorganisatie of een nationaal elftal is betrokken;

  • stadion: de locatie waar de organisator een wedstrijd organiseert;

  • voetbalsupporter: een persoon die zich door kleding, uitrusting of gedragingen manifesteert als voetbalsupporter, of bij de politie als zodanig geregistreerd staat in de daartoe bestemde registers;

  • voetbalwedstrijd: een voetbalwedstrijd georganiseerd door een organisator.

Artikel 2:26b

Voetbalvergunning

  1. Het is de organisator verboden zonder vergunning van de burgemeester een voetbalwedstrijd te houden of te doen houden. Een vergunning kan meer wedstrijden betreffen.

  2. Een aanvraag om een vergunning wordt ingediend uiterlijk vier weken voor de datum van de voetbalwedstrijd.

  3. De burgemeester kan van de hiervoor vermelde termijn afwijken en de uiterlijke datum van de aanvraag afzonderlijk bepalen.

  4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:26c

Verbod voetbalwedstrijd en aanwijzing risicowedstrijd

  1. De burgemeester kan het doen spelen van een voetbalwedstrijd verbieden:

  2. uit vrees voor het ontstaan van een ernstige verstoring van de openbare orde of veiligheid;

  3. als de krachtens artikel 1:4 verbonden voorschriften of beperkingen niet worden nageleefd;

  4. als niet of niet tijdig een vergunning is aangevraagd.

  5. Het is verboden een voetbalwedstrijd te doen spelen wanneer een verbod, als bedoeld in het vorige lid is uitgevaardigd.

  6. De burgemeester kan een voetbalwedstrijd aanwijzen als een risicowedstrijd, als daaraan naar zijn oordeel een verhoogd risico is verbonden voor de openbare orde en veiligheid.

Artikel 2:26d

Ordeverstoring bij voetbalwedstrijden

Het is verboden bij een voetbalwedstrijd de orde te verstoren.

Artikel 2:26e

Aangewezen routes en (combi)vervoer

  1. Het is een voetbalsupporter verboden op de dag waarop een voetbalwedstrijd wordt gespeeld die door de burgemeester als risicowedstrijd is aangewezen, zich te begeven of te bevinden buiten de door de politie aangewezen routes.

  2. Het is een voetbalsupporter van een bezoekende voetbalorganisatie verboden anders dan door de burgemeester aangewezen (combi)vervoer te gebruiken naar en van een voetbalwedstrijd die door de burgemeester als risicowedstrijd is aangewezen.

Artikel 2:26f

Verwijderingsplicht voetbalsupporters

Een voetbalsupporter die niet in het bezit is van een geldig toegangsbewijs voor de voetbalwedstrijd of van wie het vermoeden bestaat dat hij van plan is de orde te verstoren, is verplicht zich op bevel van een ambtenaar van de politie onder de door hem gegeven aanwijzingen naar een in dat bevel aangegeven plaats, of buiten de gemeentegrenzen te begeven.

Artikel 2:26g

Stadionomgevingsverbod

  1. De burgemeester kan aan een persoon schriftelijk bevelen zich niet op te houden in de omgeving van het stadion of een gedeelte daarvan vanaf vier uur voor het vastgestelde aanvangstijdstip tot vier uur na afloop van een voetbalwedstrijd van de organisator. Het bevel geldt voor een bepaalde periode die niet langer is dan twee jaar.

  2. Het bevel geldt niet voor zover de persoon tot wie dat bevel is gericht in het gebied woont is, blijkens de basisregistratie personen.

  3. De burgemeester kan het bevel geven:

  4. nadat de persoon de openbare orde in het stadion of in de omgeving van het stadion heeft verstoord op een dag dat een voetbalwedstrijd wordt gespeeld;

  5. aan personen aan wie een stadionverbod is opgelegd.

Artikel 2:26h

Plaatsbewijzen

  1. Het is verboden op of aan een openbare plaats een plaatsbewijs voor een voetbalwedstrijd te koop aan te bieden of ten verkoop voorhanden te hebben anders dan in of vanuit de daarvoor bestemde ruimten, behorende bij het stadion.

  2. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het eerste lid.

  3. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

← terug naar Algemene plaatselijke verordening Eindhoven