1. In dit artikel wordt verstaan onder:

    a. bedrijfsmatige activiteit: activiteit in de uitoefening van een beroep of bedrijf, die niet valt onder de vergunningplicht bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet of deof de artikelen 2:28 of 3.2.1;

    b. exploitant: de natuurlijke persoon of personen of de bestuurders van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend.

  2. De burgemeester kan in het belang van de leefbaarheid, de openbare orde en veiligheid of ter voorkoming van een nadelige beïnvloeding daarvan alsmede ter voorkoming van ondermijning, bedrijfsmatige activiteiten, gebouwen, bij die gebouwen behorende erven of gebieden aanwijzen waarop het verbod uit het derde lid van toepassing is. Bij een aanwijzingsbesluit (en bij een verlenging hiervan) wordt een maximale termijn van 5 jaar gehanteerd waarbij verlenging van deze termijn alleen aan de orde is als uit een evaluatie blijkt dat de aanwijzing nog nodig is.

  3. Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een door hem aangewezen bedrijfsmatige activiteit uit te oefenen in een door hem aangewezen gebouw, op een bij dat gebouw behorend erf of in een door hem aangewezen gebied.

  4. De burgemeester kan in het aanwijzingsbesluit als bedoeld in het tweede en derde lid bepalen dat er gedurende de openingstijden van de bedrijfsmatige activiteit een leidinggevende aanwezig is.