-
Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders de weg anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan.
-
Geen vergunning is vereist voor de door burgemeester en wethouders aan te wijzen categorieën en gevallen onder de door hen te stellen voorwaarden.
-
Behalve op de gronden genoemd in artikel 1:8, kan de vergunning worden geweigerd:
-
als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig of veilig gebruik daarvan, of een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;
-
als het beoogde gebruik op zichzelf of in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;
-
in het belang van het voorkomen of beperken van overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak.
-
Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de openbare orde, de volksgezondheid, de woon- en leefomgeving of de bescherming van het milieu nadere regels stellen ten aanzien van laadpalen, terrassen, uitstallingen en reclameborden.
-
Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing als in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam uitvoering wordt gegeven aan een publieke taak.
-
Op de aanvraag om een vergunning, niet zijnde een omgevingsvergunning, is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Algemene plaatselijke verordening Eindhoven BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Paragraaf Afdeling 1 Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Afdeling Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
Paragraaf Afdeling 3. Evenementen
Paragraaf Afdeling 4. Voetbalwedstrijden
Paragraaf Afdeling 5. Exploitatie van openbare inrichtingen
Paragraaf Afdeling 6. Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit Alcoholwet
Paragraaf Afdeling 7. Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Paragraaf Afdeling 8. Toezicht op speelgelegenheden
Paragraaf Afdeling 9. Maatregelen voor bepaalde inrichtingen, ruimten, gebouwen en erven
Paragraaf Afdeling 10. Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
- Artikel 2:42
- Artikel 2:43
- Artikel 2:44
- Artikel 2:45
- Artikel 2:46
- Artikel 2:47
- Artikel 2:48
- Artikel 2.48a
- Artikel 2:48b
- Artikel 2:48c
- Artikel 2:48d Nadere regels
- Artikel 2:49
- Artikel 2:50
- Artikel 2:50a
- Artikel 2:51
- Artikel 2:52
- Artikel 2:52a
- Artikel 2:52b
- Artikel 2:52c
- Artikel 2:53
- Artikel 2:54
- Artikel 2:55
- Artikel 2:56
- Artikel 2:57
- Artikel 2:58
- Artikel 2:59
- Artikel 2:59a
- Artikel 2:60
- Artikel 2:61
- Artikel 2:62
- Artikel 2:63
- Artikel 2:64
- Artikel 2:64a
- Artikel 2:65
Paragraaf Afdeling 11. Bestrijding van heling van goederen
Paragraaf Afdeling 12. Consumentenvuurwerk
Paragraaf Afdeling 13. Drugsoverlast
Paragraaf Afdeling 14. Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Hoofdstuk Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Paragraaf Afdeling 1. Voorkomen of beperken geluidhinder en hinder door verlichting
Paragraaf Afdeling 2 Bodem-, weg- en milieuverontreiniging
Paragraaf Afdeling 3 Het bewaren van houtopstanden
Paragraaf Afdeling 4 Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast
Paragraaf Afdeling 5 Kamperen buiten kampeerterreinen
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Paragraaf Afdeling 1 Parkeerexcessen
Paragraaf Afdeling 2 Collecteren en het werven van leden
Paragraaf Afdeling 3 Venten
Paragraaf Afdeling 4 Standplaatsen
Paragraaf Afdeling 5 Snuffelmarkten
Paragraaf Afdeling 6 Openbaar water en waterstaatswerken
Paragraaf Afdeling 7 Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden
Paragraaf Afdeling 8. Vuurverbod
Paragraaf Afdeling 9 Asverstrooiing
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen
Afdeling
Artikel 2:10a
Afbakeningsbepalingen en uitzonderingen
-
Het in artikel 2:10 gestelde verbod is niet van toepassing op:
-
evenementen, bedoeld in artikel 2:24;
-
standplaatsen, bedoeld in artikel 5:17;
-
voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard.
-
Het verbod is ook niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de Omgevingsverordening Noord-Brabant of de Waterschapsverordening Waterschap De Dommel 2022.
-
De weigeringsgrond van artikel 2:10, derde lid, onder a, is niet van toepassing indien in het daar geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet.
-
De weigeringsgrond van artikel 2:10, derde lid, onder b, is niet van toepassing op bouwwerken.
-
De weigeringsgrond van artikel 2:10, derde lid, onder c, is niet van toepassing indien hierin wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
Artikel 2:10b Terrassen
-
Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester de weg anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan.
-
Geen vergunning is vereist voor de door de burgemeester aan te wijzen categorieën en gevallen onder de door hen te stellen voorwaarden.
-
Behalve op de gronden genoemd in artikel 1:8, kan de vergunning worden geweigerd:
a. als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig of veilig gebruik daarvan, of een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;
b. als het beoogde gebruik op zichzelf of in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;
c. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak.
-
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, de volksgezondheid, de woon- en leefomgeving of de bescherming van het milieu nadere regels stellen ten aanzien van terrassen.
-
Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing als in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam uitvoering wordt gegeven aan een publieke taak.
-
Het is verboden een terras voor bezoekers geopend te hebben zonder dat de vergunning ter plaatse aanwezig is.
-
Op de aanvraag om een vergunning, niet zijnde een omgevingsvergunning, is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:11
(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen of veranderen van een weg
-
Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.
-
Het verbod is niet van toepassing als in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam uitvoering wordt gegeven aan een publieke taak.
-
Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de Omgevingsverordening Noord-Brabant of de Waterschapsverordening Waterschap De Dommel 2022 of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.
Artikel 2:12
Maken of veranderen van een uitweg
-
Het is verboden zonder omgevingsvergunning van burgemeester en wethouders:
-
een uitweg te maken naar de weg;
-
van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg;
-
verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.
-
De vergunning kan worden geweigerd in het belang van:
-
de bruikbaarheid van de weg;
-
het veilig en doelmatig gebruik van de weg;
-
de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving;
-
de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente.
-
Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een wet of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de Omgevingsverordening Noord-Brabant of de Waterschapsverordening Waterschap De Dommel 2022.
Artikel 2:14
Winkelwagentjes
-
In dit artikel wordt onder de onmiddellijke omgeving van het bedrijf verstaan:
-
het winkelcentrum waarin het bedrijf is gevestigd;
-
de aan het bedrijf of dat winkelcentrum grenzende weg;
-
een aan die weg aansluitende parkeerplaats.
-
De rechthebbende op een bedrijf die winkelwagentjes ter beschikking stelt is verplicht deze:
-
te voorzien van de naam van dat bedrijf of van een ander herkenningsteken, en
-
bij achterlating in de onmiddellijke omgeving van het bedrijf op een daartoe niet aangewezen en ingerichte plaats, terstond te verwijderen of te doen verwijderen.
-
Het is verboden zich met een winkelwagentje buiten de onmiddellijke omgeving van het bedrijf te bevinden of dat winkelwagentje na gebruik onbeheerd achter te laten.
-
Het is verboden een winkelwagentje dat is gebruikt op de weg, onbeheerd daar op achter te laten anders dan op een daartoe aangewezen plaats.
-
Het in het tweede lid bepaalde is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet.
Artikel 2:15
Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp
-
Het is verboden een voorwerp of beplanting zodanig aan te brengen of te hebben dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd.
-
Het is verboden een beplanting zodanig aan te brengen of te hebben dat deze een gemeentelijke lantaarnpaal overgroeit of lichtreductie veroorzaakt.
-
Het is verboden een voorwerp of beplanting zodanig aan te brengen of te hebben dat op enige andere wijze hinder of gevaar wordt veroorzaakt.
Artikel 2:18
Rookverbod in bossen en natuurterreinen
-
Het is verboden in bossen, op heide- of veengronden of binnen een afstand van dertig meter daarvan:
-
te roken gedurende de periode 1 januari tot en met 31 december;
-
voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen.
-
De verboden in het eerste lid zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3, van het Wetboek van Strafrecht.
-
De verboden zijn voorts niet van toepassing voor zover het roken plaatsvindt in gebouwen en op aangrenzende erven.
Artikel 2:19
Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp
-
Het is verboden op, aan of boven het voor voetgangers of (brom)fietsers bestemde deel van de weg op enigerlei wijze prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe voorwerpen aan te brengen of te hebben hangen lager dan 2,2 meter boven dat gedeelte van de weg.
-
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet ten aanzien van prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe voorwerpen, die op grotere afstand dan 0,5 meter uit de uiterste boord van de weg, op van de weg af gerichte delen van een afscheiding zijn aangebracht.
-
Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 2:21
Voorzieningen voor verkeer en verlichting
-
De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk, vanwege en overeenkomstig de aanwijzingen van burgemeester en wethouders, voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het openbaar verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.
-
Burgemeester en wethouders maken van tevoren aan de rechthebbende het besluit tot het doen aanbrengen of wijzigen van een voorwerp, bord of voorziening, bekend.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door hoofdstuk 10 van de Omgevingswet.
Artikel 2:22
Objecten onder hoogspanningslijn
-
Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan weerszijden van voor stroomgeleiding bestemde draden van bovengrondse hoogspanningslijnen voorwerpen, opgaand houtgewas of andere objecten die niet zijn aan te merken als bouwwerken, hoger dan twee meter te plaatsen of te hebben.
-
Burgemeester en wethouders kunnen van het verbod ontheffing verlenen indien de elektrische spanning van de bovengrondse hoogspanningslijn dat toelaat.
-
Het verbod is niet van toepassing op objecten die deel uitmaken van de hoogspanningslijn.
-
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.