1. Het is verboden zich te bevinden in

  2. een openbare inrichting;

  3. een inrichting tot het verschaffen van nachtverblijf;

  4. een speelgelegenheid;

  5. een seksinrichting;

  6. een andere voor het publiek openstaande ruimte, of

  7. een ander voor het publiek openstaand gebouw of op een daarbij behorend erf, gedurende de tijd dat dit is gesloten op grond van een bevel krachtens artikel 2:40a of krachtens artikel 174, tweede lid, van de Gemeentewet.

  8. Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.

  9. Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden.

  10. De genoemde verboden zijn niet van toepassing op personen wier aanwezigheid in de woning, het lokaal of op het erf wegens dringende reden noodzakelijk is.

  11. De burgemeester is bevoegd van genoemde verboden ontheffing te verlenen.

  12. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.