In deze afdeling wordt verstaan onder:
parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1 onder ac, van het RVV 1990;
weg: weg in de zin van artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994.
In deze afdeling wordt verstaan onder:
parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1 onder ac, van het RVV 1990;
weg: weg in de zin van artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994.
Onder verhuren wordt mede verstaan:
het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen;
het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen betaling.
Tot deze voertuigen worden niet gerekend:
voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden, met een maximum van één uur;
voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid bedoelde persoon.
Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:
drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 25 meter met als middelpunt een van deze voertuigen;
de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.
Het is verboden op de weg een voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te verhandelen.
In afwijking van het eerste lid, is het een particuliere voertuigeigenaar toegestaan ten hoogste drie voertuigen zelf te koop aan te bieden, indien de voertuigen:
op het moment van aanvang van de verkoop ten minste zes maanden aaneengesloten op naam van de particuliere voertuigeigenaar staan; en
op de weg worden geparkeerd binnen een cirkel met een straal van 25 meter met als middelpunt een van deze voertuigen.
Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren.
Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud of in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer of het Besluit activiteiten leefomgeving.
Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:
langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te plaatsen of te hebben;
langer dan veertien achtereenvolgende dagen op voor publiek toegankelijke parkeerterreinen te plaatsen of te hebben.
In afwijking van het verbod is het toegestaan om de van een voertuig losgekoppelde aanhangwagen maximaal 24 uur op of aan de weg te plaatsen of te hebben.
Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingsverordening Noord-Brabant.
Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame op de weg te parkeren met het kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken.
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
een lengte heeft van meer dan 6 meter, of
een hoogte heeft van meer dan 2,4 meter, of
een breedte heeft van meer dan 2,2 meter,
ergens anders dan op de daartoe door burgemeester en wethouders daarvoor aangewezen parkeergelegenheden te parkeren.
Het verbod is niet van toepassing op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur.
Het verbod is ook niet van toepassing op campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, als deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de weg worden geplaatst of gehouden.
Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
een lengte heeft van meer dan 6 meter, of
een hoogte van meer dan 2,4 meter,
op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hen anderszins hinder of overlast wordt veroorzaakt.
Het verbod geldt niet gedurende het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.
Het is verboden een voertuig met stankverspreidende stoffen te parkeren waar bewoners of gebruikers van nabijgelegen gebouwen of terreinen daarvan hinder of overlast kunnen ondervinden.
Het verbod geldt niet als in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Omgevingswet.
Het is verboden met een voertuig te rijden door een park of plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook, of het daarin te doen of te laten staan.
Dit verbod is niet van toepassing:
op de weg;
op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden door of vanwege de overheid; en
op voertuigen waarmee standplaats wordt of is ingenomen op terreinen die daarvoor zijn bestemd.
Het is verboden op door burgemeester en wethouders in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of beëindiging van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen:
onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan; of,
langer dan een door burgemeester en wethouders te bepalen periode onbeheerd te laten staan.
Het is verboden fietsen of bromfietsen, die rij-technisch in onvoldoende staat van onderhoud of in een verwaarloosde toestand verkeren, op de weg te laten staan.
Het is verboden een voertuig te parkeren of geparkeerd te hebben of enig ander voorwerp te plaatsen of te laten staan, indien ter plaatse is bekend gemaakt dat op die weggedeelten een kermis, een markt of een evenement als bedoeld in artikel 2:24 plaatsvindt, dan wel dat die weggedeelten tijdelijk tot parkeerplaats voor woon- of pakwagens zijn bestemd, gedurende de tijden als bij die bekendmaking is aangegeven.
Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden, dan wel in het openbaar leden of donateurs te werven als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.
Onder een inzameling als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan het aanvaarden van geld of goederen bij het aanbieden van diensten of goederen, waartoe ook worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, als daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.
De vergunninghouder dient op eerste vordering van een toezichthouder een afschrift van de vergunning te tonen.
Het verbod geldt niet voor een inzameling of werving die wordt gehouden:
in besloten kring;
door een instelling die is ingedeeld in het door het college vastgestelde collecte- en wervingsrooster, mits de inzameling of werving overeenkomstig dat collecte- en wervingsrooster en met inachtneming van de door het college gegeven voorschriften plaatsvindt; of
door een andere, door het college aangewezen instelling.
Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan huis.
Onder venten wordt niet verstaan:
het aan huis afleveren van goederen in het kader van de exploitatie van een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;
het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet;
het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel 5:17.
Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.
Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Het verbod als bedoeld in artikel 5:15 geldt niet voor venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.
Burgemeester en wethouders kunnen de vrijheid van meningsuiting beperken door een verbod in te stellen:
op door burgemeester en wethouders aangewezen openbare plaatsen, of
voor bepaalde dagen en uren.
Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het tweede lid.
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
In deze afdeling is sprake van een standplaats als:
goederen of diensten worden aangeboden, verkocht of afgeleverd,
dat vanaf een openbare en in de open lucht gelegen plaats gebeurt, en
daarbij gebruik wordt gemaakt van fysieke middelen.
Onder standplaats wordt niet verstaan:
een plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet.
een plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24
een plaats op particulier terrein.
Het is verboden een standplaats in te nemen of te hebben.
Het verbod in het eerste lid geldt niet voor de standplaatsen die door het college als zodanig zijn aangewezen;
Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van standplaatsen;
Burgemeester en wethouders kunnen van dit verbod ontheffing verlenen;
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders een afleverings-loket of andere dergelijke verstrekkingsmogelijkheid, waaronder mede begrepen aan de deur verkoop, voor eet- en drinkwaren te hebben, als deze vanaf de weg voor het publiek onmiddellijk bereikbaar is.
De mogelijkheid om op grond van het eerste lid een vergunning aan te vragen vervalt per 1 januari 2025. De reeds verleende vergunningen blijven voor de periode waarvoor zij zijn afgegeven na deze datum van kracht, tot het moment waarop ze worden ingetrokken, vervallen of er geen gebruik meer van gemaakt wordt.
Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17
Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing indien een ontheffing op grond van artikel 35 Alcoholwet is verstrekt.
Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op automatieken indien hier een vergunning voor is verstrekt op basis van artikel 2:28.
Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, als dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan of een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.
Het eerste lid is niet van toepassing op voorwerpen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard.
Het is verboden op, in of boven openbaar water voorwerpen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien deze door hun omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar opleveren voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Verordening water Noord-Brabant of de Verordening wegen Noord Brabant 2010, of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.
Het is verboden een motorvaartuig in openbaar water te brengen of te hebben of binnen een afstand van 50 meter uit de oeverlijn van een openbaar water bij zich te hebben.
Onder een motorvaartuig wordt verstaan: elk vaartuig dat uitsluitend of mede door een mechanische kracht die op of aan dat vaartuig aanwezig is, wordt voortbewogen of is bestemd om op een zodanige wijze te worden voortbewogen.
Het verbod is niet van toepassing op een motorvaartuig in openbaar water te brengen of te hebben of binnen een afstand van 50 meter uit de oeverlijn van een openbaar water bij zich te hebben, wanneer de activiteit of activiteiten die op het openbaar water plaatsvinden, het gebruik daarvan niet nadelig beïnvloeden, waarbij onder nadelige beïnvloeding wordt verstaan:
de activiteit vormt een gevaar voor personen of goederen;
de activiteit is strijdig is met de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne of het aanzien van de gemeente.
Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de Omgevingsverordening Noord-Brabant of de Waterschapsverordening Waterschap De Dommel 2022 of op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.
Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben of een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen op door burgemeester en wethouders aangewezen gedeelten van openbaar water.
Burgemeester en wethouders kunnen voor het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met of voor een vaartuig op de niet aangewezen gedeelten van openbaar water:
nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente;
beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen.
Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de Omgevingsverordening Noord-Brabant of de Waterschapsverordening Waterschap De Dommel 2022 of op situaties waarin wordt voorzien door het Besluit bouwwerken leefomgeving of het overige bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, de Wet milieubeheer of het Binnenvaartpolitiereglement.
Burgemeester en wethouders kunnen aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente.
De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen.
Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.
Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Omgevingsverordening Noord-Brabant of het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet.
Het is verboden zich zonder redelijk doel vast te houden aan een vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of daarin te begeven of te bevinden.
Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te maken.
In deze afdeling wordt verstaan onder:
bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid onder e, van de Wegenverkeerswet 1994.
motorvoertuig; hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, onder z, van het RVV 1990.
weg: weg in de zin van artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994.
Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband, een wedstrijd of, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden of daaraan deel te nemen, of een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.
Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door burgemeester en wethouders aangewezen terreinen onder de door hen gestelde voorwaarden voor het gebruik van deze terreinen in het belang van:
het voorkomen of beperken van overlast;
de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving;
bescherming van het milieu;
de veiligheid van de deelnemers van de bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet, afdeling 3.9 van het Besluit activiteiten leefomgeving, de Zondagswet of het Besluit geluidproduktie sportmotoren.
Het is verboden zich met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of paard te bevinden in door burgemeester en wethouders aangewezen publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen op door hen aangeduide tijden.
Het verbod geldt niet voor bestuurders van motorvoertuigen, bromfietsen, fietsers of berijders van paarden:
ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten;
die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de door burgemeester en wethouders aangewezen plaatsen;
die worden gebruikt in verband met werken welke krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;
van de zakelijk gerechtigden en huurders en pachters van percelen gelegen binnen de door burgemeester en wethouders aangewezen plaatsen;
voor bezoek van en voor de verzorging van de onder d. bedoelde personen.
Het verbod geldt ook niet:
op wegen;
binnen de bij of krachtens de Omgevingsverordening Noord-Brabant aangewezen stiltegebieden.
Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen.
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een locatie waarop milieubelastende activiteiten worden verricht als bedoeld in de bijlage bij de Omgevingswet en die zijn aangewezen in het Besluit activiteiten leefomgeving en/of waarop de afdeling 22.3 van het Omgevingsplan van toepassing is, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.
Het verbod is niet van toepassing op:
verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;
sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand;
vuur voor koken, bakken en braden,
mits er geen sprake is van gevaar, overlast, hinder voor of schade aan de omgeving.
Burgemeester en wethouders kunnen van dit verbod ontheffing verlenen.
Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels vaststellen voor het aanleggen van vuren en het gebruik van verlichting als bedoeld in het lid 2.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1˚ of 3˚, van het Wetboek van Strafrecht of de Omgevingsverordening Noord-Brabant.
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing: het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein.
Incidentele asverstrooiing is verboden op verharde delen van de weg.
Burgemeester en wethouders kunnen voor een bepaalde termijn verbieden dat ook op andere plaatsen incidenteel asverstrooiing plaatsvindt.
Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of overlast wordt veroorzaakt voor derden.