1. De burgemeester kan het doen spelen van een voetbalwedstrijd verbieden:

  2. uit vrees voor het ontstaan van een ernstige verstoring van de openbare orde of veiligheid;

  3. als de krachtens artikel 1:4 verbonden voorschriften of beperkingen niet worden nageleefd;

  4. als niet of niet tijdig een vergunning is aangevraagd.

  5. Het is verboden een voetbalwedstrijd te doen spelen wanneer een verbod, als bedoeld in het vorige lid is uitgevaardigd.

  6. De burgemeester kan een voetbalwedstrijd aanwijzen als een risicowedstrijd, als daaraan naar zijn oordeel een verhoogd risico is verbonden voor de openbare orde en veiligheid.