1. Het is verboden buiten een inrichting op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidshinder wordt veroorzaakt.

  2. Burgemeester en wethouders kunnen van het verbod ontheffing verlenen.

  3. Het verbod is niet van toepassing op:

  4. categorieën handelingen aangewezen door burgemeester wethouders;

  5. handelingen tussen 19.00 uur en 07.00 uur of op zaterdagen, zondagen en algemeen erkende feestdagen, als deze uiterlijk 4 weken van te voren zijn gemeld.

  6. Burgemeester en wethouders kunnen, onverminderd artikel 1:8, voorschriften stellen aan deze handelingen betreffende:

  7. het geluidsniveau;

  8. de situering van geluidsbronnen;

  9. de frequentie en tijden van gebruik;

  10. de communicatie.

  11. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de Omgevingsverordening Noord-Brabant.

  12. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.