1. Onder verhuren wordt mede verstaan:

  2. het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen;

  3. het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen tegen betaling.

  4. Tot deze voertuigen worden niet gerekend:

  5. voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden, met een maximum van één uur;

  6. voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid bedoelde persoon.

  7. Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:

  8. drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 25 meter met als middelpunt een van deze voertuigen;

  9. de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.