1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag om een vergunning of ontheffing op grond van deze verordening binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag, tenzij in een volgend hoofdstuk anders is bepaald.

  2. Het bevoegde bestuursorgaan kan de beslistermijn voor ten hoogste acht weken verdagen met inachtneming van artikel 31 van de Dienstenwet.

  3. Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning.