1. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband, een wedstrijd of, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden of daaraan deel te nemen, of een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.

  2. Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door burgemeester en wethouders aangewezen terreinen onder de door hen gestelde voorwaarden voor het gebruik van deze terreinen in het belang van:

  3. het voorkomen of beperken van overlast;

  4. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving;

  5. bescherming van het milieu;

  6. de veiligheid van de deelnemers van de bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek.

  7. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet, afdeling 3.9 van het Besluit activiteiten leefomgeving, de Zondagswet of het Besluit geluidproduktie sportmotoren.