1. Het is verboden op of aan een openbare plaats ontuchtige handelingen te verrichten, indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze geschieden in het kader van prostitutie.

  2. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door titel XIV (misdrijven tegen de zeden) van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht.

  3. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor de door burgemeester en wethouders aangewezen wegen, weggedeelten of gebieden en gedurende door burgemeester en wethouders vastgestelde tijden.