-
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet en het bepaalde in de op grond van de artikelen 21, vijfde lid, en 23, elfde lid, van de NIS2-richtlijn vastgestelde uitvoeringshandelingen en de op grond van artikel 24, tweede lid, van de NIS2-richtlijn vastgestelde gedelegeerde handelingen, voor zover in die uitvoeringshandelingen of gedelegeerde handelingen is bepaald dat deze verbindend zijn en rechtstreeks toepasselijk zijn in elke lidstaat van de Europese Unie, zijn belast: de bij besluit van de bevoegde autoriteit aangewezen ambtenaren.
-
De ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, zijn tevens belast met het verlenen van bijstand als bedoeld in artikel 60 aan een bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie.
-
Ten behoeve van het verlenen van de bijstand, bedoeld in het tweede lid, kunnen de toezichthouders hun toezichthoudende bevoegdheden toepassen.
-
Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
Cyberbeveiligingswet Actueel
Inhoud
§ 15.1
Artikel 69
Onverminderd artikel 3:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht houdt de bevoegde autoriteit bij de toepassing van de artikelen 70, 72, eerste lid, onderdeel c, 73 tot en met 78, 80, 83, eerste lid, onderdeel c, 84 tot en met 87 en 89 tot en met 93 rekening met de omstandigheden van elk afzonderlijk geval, alsmede:
de ernst van de overtreding en het belang van de geschonden bepalingen, waarbij onder meer het volgende in ieder geval een ernstige overtreding vormt:
- 1°
herhaalde overtredingen;
- 2°
het niet melden of niet verhelpen van significante incidenten;
- 3°
het niet verhelpen van tekortkomingen naar aanleiding van bindende aanwijzingen van de bevoegde autoriteit;
- 4°
het belemmeren van audits of monitoringsactiviteiten waartoe de bevoegde autoriteit opdracht heeft gegeven naar aanleiding van de vaststelling van een overtreding;
- 5°
het verstrekken van valse of zeer onnauwkeurige informatie met betrekking tot de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 21 en 25 tot en met 30;
- 1°
de duur van de overtreding;
eventuele relevante eerdere overtredingen door de betrokken entiteit;
elke veroorzaakte materiële of immateriële schade, met inbegrip van elke financiële of economische schade, effecten op andere diensten en het aantal getroffen gebruikers;
opzet of nalatigheid van de overtreder;
door de entiteit genomen maatregelen om de materiële of immateriële schade te voorkomen of te beperken;
de naleving van goedgekeurde gedragscodes of goedgekeurde certificeringsmechanismen; en
de mate waarin de overtreder meewerkt met de bevoegde autoriteiten.