1. De bevoegde autoriteit kan een bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie gemotiveerd verzoeken om bijstand, wanneer een essentiële entiteit of belangrijke entiteit of een entiteit die domeinnaamregistratiediensten verleent, als bedoeld in deze wet of in het nationale recht van de andere betrokken lidstaat van de Europese Unie waarin de NIS2-richtlijn is geïmplementeerd:

    1. diensten verricht in meer dan één lidstaat; of

    2. diensten verricht in één of meer lidstaten en haar netwerk- en informatiesystemen zich in één of meer andere lidstaten bevinden.

  2. Onverminderd het eerste lid kan de bevoegde autoriteit een bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie gemotiveerd verzoeken om bijstand ten aanzien van de volgende entiteiten, wanneer die entiteit haar hoofdvestiging heeft in die andere lidstaat:

    1. DNS-dienstverleners;

    2. registers voor topleveldomeinnamen;

    3. aanbieders van cloudcomputingdiensten;

    4. entiteiten die domeinnaamregistratiediensten verlenen;

    5. aanbieders van datacentrumdiensten;

    6. aanbieders van netwerken voor de levering van inhoud;

    7. aanbieders van beheerde diensten;

    8. aanbieders van beheerde beveiligingsdiensten;

    9. de aanbieders van onlinemarktplaatsen;

    10. aanbieders van onlinezoekmachines;

    11. aanbieders van platforms voor socialenetwerkdiensten.

  3. Het verzoek om bijstand, bedoeld in het eerste en tweede lid, kan zien op het verstrekken van informatie en het nemen van toezichts- en handhavingsmaatregelen, met inbegrip van inspecties ter plaatse, toezicht elders en beveiligingsaudits.