Onverminderd artikel 3:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht houdt de bevoegde autoriteit bij de toepassing van de artikelen 70, 72, eerste lid, onderdeel c, 73 tot en met 78, 80, 83, eerste lid, onderdeel c, 84 tot en met 87 en 89 tot en met 93 rekening met de omstandigheden van elk afzonderlijk geval, alsmede:

  1. de ernst van de overtreding en het belang van de geschonden bepalingen, waarbij onder meer het volgende in ieder geval een ernstige overtreding vormt:

    1. herhaalde overtredingen;

    2. het niet melden of niet verhelpen van significante incidenten;

    3. het niet verhelpen van tekortkomingen naar aanleiding van bindende aanwijzingen van de bevoegde autoriteit;

    4. het belemmeren van audits of monitoringsactiviteiten waartoe de bevoegde autoriteit opdracht heeft gegeven naar aanleiding van de vaststelling van een overtreding;

    5. het verstrekken van valse of zeer onnauwkeurige informatie met betrekking tot de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 21 en 25 tot en met 30;

  2. de duur van de overtreding;

  3. eventuele relevante eerdere overtredingen door de betrokken entiteit;

  4. elke veroorzaakte materiële of immateriële schade, met inbegrip van elke financiële of economische schade, effecten op andere diensten en het aantal getroffen gebruikers;

  5. opzet of nalatigheid van de overtreder;

  6. door de entiteit genomen maatregelen om de materiële of immateriële schade te voorkomen of te beperken;

  7. de naleving van goedgekeurde gedragscodes of goedgekeurde certificeringsmechanismen; en

  8. de mate waarin de overtreder meewerkt met de bevoegde autoriteiten.