1. Het CSIRT stelt het centrale contactpunt in kennis van de op grond van artikel 25 ontvangen meldingen van significante incidenten en, indien nodig, van de op grond van artikel 33, eerste lid, onderdeel a, ontvangen vrijwillige meldingen van incidenten, bijna-incidenten en cyberdreigingen. In geval van een grensoverschrijdend of sectoroverschrijdend significant incident, zorgt het CSIRT ervoor dat de relevante informatie die hierover is gemeld tijdig aan het centrale contactpunt wordt verstrekt.

  2. Als dat passend is en in elk geval als het aan het CSIRT gemelde incident, bijna-incident of cyberdreiging, bedoeld in het eerste lid, betrekking heeft op twee of meer lidstaten van de Europese Unie, stelt het centrale contactpunt de centrale contactpunten van de andere getroffen lidstaten en Enisa onverwijld daarvan in kennis. Die kennisgeving omvat, in geval van een significant incident, de informatie die overeenkomstig de artikelen 26 tot en met 29 is ontvangen. Daarbij beschermt het centrale contactpunt de beveiligingsbelangen en commerciële belangen van de entiteit en de vertrouwelijkheid van de verstrekte informatie.

  3. Op verzoek van het CSIRT of de bevoegde autoriteit stuurt het centrale contactpunt de op grond van de artikelen 25 en 33 ontvangen meldingen door naar de centrale contactpunten van de andere betrokken lidstaten van de Europese Unie.

  4. Als uit gegevens die het centrale contactpunt heeft ontvangen van een centraal contactpunt van een andere lidstaat van de Europese Unie blijkt dat een daar gemeld incident, bijna-incident of cyberdreiging gevolgen heeft voor de verlening van de diensten van een essentiële entiteit of belangrijke entiteit in Nederland, stelt het centrale contactpunt het betrokken CSIRT en de betrokken bevoegde autoriteit daarvan op de hoogte.

  5. Het centrale contactpunt dient elke drie maanden bij Enisa een samenvattend verslag in met geanonimiseerde en geaggregeerde gegevens over gemelde significante incidenten, incidenten, bijna-incidenten en cyberdreigingen.