1. De volgende entiteiten zijn essentiële entiteiten:

    1. gekwalificeerde verleners van vertrouwensdiensten;

    2. aanbieders van registers voor topleveldomeinnamen;

    3. DNS-dienstverleners;

    4. aanbieders van openbare elektronische communicatienetwerken, die in aanmerking komen als middelgrote onderneming uit hoofde van artikel 2 van de bijlage bij Aanbeveling 2003/361/EG;

    5. aanbieders van openbare elektronische communicatiediensten, die in aanmerking komen als middelgrote onderneming uit hoofde van artikel 2 van de bijlage bij Aanbeveling 2003/361/EG;

    6. andere entiteiten, genoemd in bijlage 1 van deze wet, die de in artikel 2, eerste lid, van de bijlage bij Aanbeveling 2003/361/EG bedoelde drempel voor middelgrote ondernemingen overschrijden;

    7. de ministeries, met inbegrip van de daartoe behorende dienstonderdelen doch met uitzondering van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, bedoeld in de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017, en zelfstandige bestuursorganen van de centrale overheid, voor zover deze zelfstandige bestuursorganen kwalificeren als overheidsinstantie;

    8. provincies, gemeenten en waterschappen, alsmede openbare lichamen, gemeenschappelijke organen en bedrijfsvoeringsorganisaties als bedoeld in artikel 8, eerste, tweede, onderscheidenlijk derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, voor zover deze openbare lichamen, gemeenschappelijke organen en bedrijfsvoeringsorganisaties kwalificeren als overheidsinstantie;

    9. kritieke entiteiten als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten.

  2. Ten aanzien van het bepaalde in het eerste lid, onderdelen d tot en met f, is artikel 3, vierde lid, van de bijlage bij Aanbeveling 2003/361/EG niet van toepassing.