1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt het CSIRT aangewezen voor elke essentiële entiteit en belangrijke entiteit.

  2. Het CSIRT heeft de volgende taken:

    1. het monitoren en analyseren van cyberdreigingen, kwetsbaarheden en incidenten op nationaal niveau, en het op verzoek verlenen van bijstand aan de betrokken essentiële entiteit of belangrijke entiteit met betrekking tot het realtime of bijna-realtime monitoren van haar netwerk- en informatiesysteem;

    2. het verstrekken van vroegtijdige waarschuwingen, meldingen en aankondigingen en het verspreiden van informatie aan de betrokken essentiële entiteit of belangrijke entiteit, de bevoegde autoriteiten, Onze Minister van Economische Zaken, ten behoeve van de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet bevordering digitale weerbaarheid bedrijven, en andere relevante partijen over cyberdreigingen, kwetsbaarheden en incidenten, indien mogelijk in bijna-realtime;

    3. indien van toepassing, het reageren op incidenten en verlenen van bijstand aan de betrokken essentiële entiteit of belangrijke entiteit;

    4. het verzamelen en analyseren van forensische gegevens en het zorgen voor dynamische risico- en incidentenanalyse en situationeel bewustzijn met betrekking tot cyberbeveiliging;

    5. het op verzoek van een essentiële entiteit of belangrijke entiteit proactief scannen van het netwerk- en informatiesysteem van de betrokken entiteit om kwetsbaarheden met mogelijk significante gevolgen op te sporen;

    6. het deelnemen aan het CSIRT-netwerk en, in overeenstemming met zijn capaciteiten en bevoegdheden, het verlenen van wederzijdse bijstand aan andere leden van het CSIRT-netwerk op verzoek van een lid van dat netwerk;

    7. het deelnemen aan de op grond van artikel 19 van de NIS2-richtlijn georganiseerde collegiale toetsingen;

    8. indien van toepassing, het optreden als coördinator ten behoeve van het proces van gecoördineerde bekendmaking van kwetsbaarheden, bedoeld in artikel 17; en

    9. het bijdragen aan de uitrol van veilige instrumenten voor het delen van informatie, bedoeld in artikel 10, derde lid, van de NIS2-richtlijn.

  3. Het CSIRT kan een openbaar toegankelijk netwerk- en informatiesysteem van een essentiële entiteit en belangrijke entiteit proactief en niet-intrusief scannen met het oog op het opsporen van een kwetsbaar of onveilig geconfigureerd netwerk- en informatiesysteem en het informeren van de betrokken entiteit. Deze scan leidt niet tot negatieve gevolgen voor de dienstverlening van de betrokken entiteit.

  4. Bij de uitvoering van de taken, bedoeld in het tweede en derde lid, kan het CSIRT op grond van een risicogebaseerde benadering prioriteit geven aan bepaalde taken.

  5. Het CSIRT brengt samenwerkingsrelaties tot stand met essentiële entiteiten, belangrijke entiteiten, Onze Minister van Economische Zaken en andere relevante partijen, teneinde de doelstellingen van deze wet te verwezenlijken.

  6. Met het oog op de samenwerking, bedoeld in het vijfde lid, bevordert het CSIRT de invoering en het gebruik van gemeenschappelijke of gestandaardiseerde praktijken, classificatieschema’s en taxonomieën met betrekking tot:

    1. procedures voor de incidentenbehandeling;

    2. crisisbeheer; en

    3. gecoördineerde bekendmaking van kwetsbaarheden.

  7. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de functionele, financiële, technische en organisatorische vereisten ten aanzien van de organisatie die bij of krachtens algemene maatregel van bestuur als CSIRT wordt aangewezen.