1. De bevoegde autoriteiten werken samen met de Autoriteit persoonsgegevens bij de behandeling van incidenten die leiden tot inbreuken in verband met persoonsgegevens en wisselen in het kader van die samenwerking alle daarvoor noodzakelijke gegevens uit, waaronder persoonsgegevens.

  2. Wanneer de bevoegde autoriteit bij toezicht of handhaving er kennis van krijgt dat een overtreding van de artikelen 21, 25, 26, 27, 28, 29 of 30 door een essentiële entiteit of belangrijke entiteit een inbreuk in verband met persoonsgegevens als bedoeld in artikel 4, onderdeel 12, van de Algemene verordening gegevensbescherming kan inhouden, die op grond van artikel 33 van die verordening moet worden gemeld, stelt zij de Autoriteit persoonsgegevens dan wel de bevoegde toezichthoudende autoriteiten, bedoeld in de artikelen 55 en 56 van de Algemene verordening gegevensbescherming daarvan onverwijld in kennis.

  3. Indien de Autoriteit persoonsgegevens dan wel de bevoegde toezichthoudende autoriteiten, bedoeld in de artikelen 55 en 56 van de Algemene verordening gegevensbescherming een bestuurlijke boete opleggen op grond van artikel 58, tweede lid, onderdeel i, van de Algemene verordening gegevensbescherming, legt de bevoegde autoriteit geen bestuurlijke boete op op grond van de artikelen 80 en 87 voor een inbreuk als bedoeld in het tweede lid die voortvloeit uit dezelfde gedraging als die waarvoor de bestuurlijke boete op grond van artikel 58, tweede lid, onderdeel i, van de Algemene verordening gegevensbescherming is opgelegd.

  4. Wanneer de op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming bevoegde toezichthoudende autoriteit in een andere lidstaat van de Europese Unie is gevestigd, stelt de bevoegde autoriteit de Autoriteit persoonsgegevens in kennis van de potentiële inbreuk in verband met persoonsgegevens, bedoeld in het tweede lid.

  5. Het tweede, derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een overtreding van het bepaalde in de op grond van de artikelen 21, vijfde lid, en 23, elfde lid, van de NIS2-richtlijn vastgestelde uitvoeringshandelingen en de op grond van artikel 24, tweede lid, van de NIS2-richtlijn vastgestelde gedelegeerde handelingen, voor zover in die uitvoeringshandelingen of gedelegeerde handelingen is bepaald dat deze verbindend zijn en rechtstreeks toepasselijk zijn in elke lidstaat van de Europese Unie.