1. De verwerking van persoonsgegevens waaruit ras of etnische afkomst, politieke opvattingen, religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen, of het lidmaatschap van een vakbond blijken, of gegevens over gezondheid, of gegevens met betrekking tot iemands seksueel gedrag of seksuele gerichtheid door de bevoegde autoriteit geschiedt alleen voor zover de verwerking van deze gegevens noodzakelijk is voor de uitoefening van haar taken op grond van deze wet.

  2. De verwerking van persoonsgegevens waaruit ras of etnische afkomst, politieke opvattingen, religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen, of het lidmaatschap van een vakbond blijken, of gegevens over gezondheid, of gegevens met betrekking tot iemands seksueel gedrag of seksuele gerichtheid door het CSIRT geschiedt alleen voor zover de verwerking van deze gegevens noodzakelijk is voor de uitoefening van haar taken op grond van artikel 16, tweede lid, onderdelen a tot en met e.