1. Bij regeling of besluit van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, na overleg met Onze Minister, kan een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.1, onder g, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek als belangrijke entiteit worden aangewezen.

  2. Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap trekt de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, in, indien er voor die aanwijzing geen grond meer aanwezig is.