1. De bevoegde autoriteit kan in geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze wet en het bepaalde in de op grond van de artikelen 21, vijfde lid, en 23, elfde lid, van de NIS2-richtlijn vastgestelde uitvoeringshandelingen en de op grond van artikel 24, tweede lid, van de NIS2-richtlijn vastgestelde gedelegeerde handelingen, voor zover in die uitvoeringshandelingen of gedelegeerde handelingen is bepaald dat deze verbindend zijn en rechtstreeks toepasselijk zijn in elke lidstaat van de Europese Unie, aan een belangrijke entiteit een bestuurlijke boete opleggen:

    1. tezamen met of na het geven van een waarschuwing aan de betrokken entiteit over de overtreding; of

    2. tezamen met of na de toepassing van de artikelen 38, 83, eerste lid, onderdeel c, 84, 85 of 86.

  2. De bevoegde autoriteit kan tevens aan een belangrijke entiteit een bestuurlijke boete opleggen in geval van overtreding van artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

  3. De boete bedraagt ten hoogste:

    1. in geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 21, 21a en 25 tot en met 30 en het bepaalde in de op grond van de artikelen 21, vijfde lid, en 23, elfde lid, van de NIS2-richtlijn vastgestelde uitvoeringshandelingen en de op grond van artikel 24, tweede lid, van de NIS2-richtlijn vastgestelde gedelegeerde handelingen, voor zover in die uitvoeringshandelingen of gedelegeerde handelingen is bepaald dat deze verbindend zijn en rechtstreeks toepasselijk zijn in elke lidstaat van de Europese Unie: € 7.000.000,– of 1,4% van de totale wereldwijde jaaromzet in het voorgaande boekjaar van de onderneming waartoe de belangrijke entiteit behoort, indien het laatstbedoelde bedrag hoger is;

    2. in geval van een andere overtreding: € 1.000.000,–.

  4. De werking van het besluit tot oplegging van de boete wordt opgeschort totdat het besluit onherroepelijk is.

  5. Verzet schorst de tenuitvoerlegging van een dwangbevel dat strekt tot invordering van de boete.

  6. Artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht is niet van toepassing op de overtreding, bedoeld in het tweede lid.