De bevoegde autoriteit, het centrale contactpunt, het CSIRT en Onze Minister zijn de verwerkingsverantwoordelijken voor de verwerking van persoonsgegevens ten behoeve van de taken die op grond van deze wet aan hen zijn toegewezen.
Cyberbeveiligingswet Actueel
Inhoud
Hoofdstuk 14
Artikel 64
-
De verwerking van persoonsgegevens waaruit ras of etnische afkomst, politieke opvattingen, religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen, of het lidmaatschap van een vakbond blijken, of gegevens over gezondheid, of gegevens met betrekking tot iemands seksueel gedrag of seksuele gerichtheid door de bevoegde autoriteit geschiedt alleen voor zover de verwerking van deze gegevens noodzakelijk is voor de uitoefening van haar taken op grond van deze wet.
-
De verwerking van persoonsgegevens waaruit ras of etnische afkomst, politieke opvattingen, religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen, of het lidmaatschap van een vakbond blijken, of gegevens over gezondheid, of gegevens met betrekking tot iemands seksueel gedrag of seksuele gerichtheid door het CSIRT geschiedt alleen voor zover de verwerking van deze gegevens noodzakelijk is voor de uitoefening van haar taken op grond van artikel 16, tweede lid, onderdelen a tot en met e.
Artikel 65
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de periode gedurende welke de persoonsgegevens die bij of krachtens deze wet zijn verwerkt, worden bewaard.
-
De persoonsgegevens, bedoeld in artikel 64, eerste lid, die door de bevoegde autoriteit worden verwerkt worden niet langer bewaard dan noodzakelijk is ter uitvoering van haar taken op grond van deze wet, doch uiterlijk binnen 60 maanden na de eerste verwerking verwijderd.
-
De persoonsgegevens, bedoeld in artikel 64, tweede lid, die door het CSIRT worden verwerkt worden niet langer bewaard dan noodzakelijk is ter uitvoering van haar taken op grond van deze wet, doch uiterlijk binnen 12 maanden na de eerste verwerking verwijderd.
Artikel 66
-
De bevoegde autoriteit, het centrale contactpunt, het CSIRT en Onze Minister kunnen in het kader van de uitoefening van hun taken op grond van deze wet vertrouwelijke gegevens verstrekken, doch uitsluitend voor zover:
dat noodzakelijk is ter uitvoering van hun taken uit hoofde van deze wet;
de verstrekking beperkt blijft tot die vertrouwelijke gegevens die relevant zijn voor de ontvangende partij en verstrekking evenredig is aan het doel van die verstrekking;
de vertrouwelijkheid van die vertrouwelijke gegevens is gewaarborgd; en
de veiligheids- en commerciële belangen van de betrokken entiteit worden beschermd.
-
De Wet open overheid is niet van toepassing op vertrouwelijke gegevens als bedoeld in het eerste lid, behalve voor zover die gegevens milieu-informatie inhouden als bedoeld in artikel 19.1a van de Wet milieubeheer. De eerste volzin geldt ook als de gegevens bij een ander overheidsorgaan berusten na verstrekking op grond van dit artikel.
Artikel 67
Het bepaalde bij of krachtens deze wet omvat niet de verstrekking van informatie waarvan de bekendmaking strijdig is met de wezenlijke belangen van nationale veiligheid, openbare veiligheid of defensie.