1. De bevoegde autoriteit kan na een overtreding door een essentiële entiteit van het bepaalde bij of krachtens deze wet en het bepaalde in de op grond van de artikelen 21, vijfde lid, en 23, elfde lid, van de NIS2-richtlijn vastgestelde uitvoeringshandelingen en de op grond van artikel 24, tweede lid, van de NIS2-richtlijn vastgestelde gedelegeerde handelingen, voor zover in die uitvoeringshandelingen of gedelegeerde handelingen is bepaald dat deze verbindend zijn en rechtstreeks toepasselijk zijn in elke lidstaat van de Europese Unie, een einddatum bepalen waarop de entiteit de daarbij genoemde maatregelen moet hebben genomen om de overtreding te beëindigen of waarop de entiteit aan de daarbij nader omschreven eisen moet hebben voldaan ter beëindiging van de overtreding.

  2. De bevoegde autoriteit kan het besluit, bedoeld in het eerste lid, alleen nemen:

    1. nadat zij alle in het derde lid genoemde maatregelen heeft opgelegd aan de betrokken entiteit en deze maatregelen niet ertoe hebben geleid dat de overtreding is beëindigd; of

    2. nadat zij één of meer van de in het derde lid genoemde maatregelen heeft opgelegd aan de betrokken entiteit, de opgelegde maatregel of maatregelen niet ertoe hebben geleid dat de overtreding is beëindigd en het opleggen van de andere in het derde lid genoemde maatregel of maatregelen naar het oordeel van de bevoegde autoriteit niet ertoe zullen leiden dat de betrokken entiteit de overtreding beëindigt.

  3. De maatregelen, bedoeld in het tweede lid, zijn:

    1. een waarschuwing van de bevoegde autoriteit aan de betrokken entiteit over een overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze wet en het bepaalde in de op grond van de artikelen 21, vijfde lid, en 23, elfde lid, van de NIS2-richtlijn vastgestelde uitvoeringshandelingen en de op grond van artikel 24, tweede lid, van de NIS2-richtlijn vastgestelde gedelegeerde handelingen, voor zover in die uitvoeringshandelingen of gedelegeerde handelingen is bepaald dat deze verbindend zijn en rechtstreeks toepasselijk zijn in elke lidstaat van de Europese Unie;

    2. een verplichting van de bevoegde autoriteit aan de betrokken entiteit over de uitvoering van de aanbevelingen naar aanleiding van het onderzoek als bedoeld in artikel 72, eerste lid, onderdeel c;

    3. een aanwijzing als bedoeld in artikel 74;

    4. een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 75;

    5. een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 75 in samenhang met artikel 5:32, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.