1. De bevoegde autoriteit werkt samen met de betrokken bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie en verleent op gemotiveerd verzoek van die autoriteit bijstand, wanneer een essentiële entiteit of belangrijke entiteit of een entiteit die domeinnaamregistratiediensten verleent, als bedoeld in deze wet of in het nationale recht van de betrokken lidstaat van de Europese Unie waarin de NIS2-richtlijn is geïmplementeerd:

    1. diensten verricht in meer dan één lidstaat; of

    2. diensten verricht in één of meer lidstaten en zijn netwerk- en informatiesystemen zich in één of meer andere lidstaten bevinden.

  2. Onverminderd het eerste lid kan de bevoegde autoriteit naar aanleiding van een gemotiveerd verzoek om bijstand van een bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie die ten aanzien van de betrokken entiteit krachtens artikel 26, eerste lid, onderdeel b, van de NIS2-richtlijn jurisdictie heeft, binnen de grenzen van dat verzoek, toezichts- en handhavingsmaatregelen nemen ten aanzien van entiteiten die domeinnaamregistratiediensten verlenen en de volgende essentiële entiteiten en belangrijke entiteiten, bedoeld in het nationale recht van de betrokken lidstaat van de Europese Unie waarin de NIS2-richtlijn is geïmplementeerd, wanneer die entiteit in Nederland diensten verleent of waarvan een netwerk- en informatiesysteem zich in Nederland bevindt:

    1. DNS-dienstverleners;

    2. registers voor topleveldomeinnamen;

    3. aanbieders van cloudcomputingdiensten;

    4. aanbieders van datacentrumdiensten

    5. aanbieders van netwerken voor de levering van inhoud;

    6. aanbieders van beheerde diensten;

    7. aanbieders van beheerde beveiligingsdiensten;

    8. de aanbieders van onlinemarktplaatsen;

    9. aanbieders van onlinezoekmachines;

    10. aanbieders van platforms voor socialenetwerkdiensten.

  3. Na de ontvangst van het gemotiveerde verzoek om bijstand, genoemd in het eerste en tweede lid, verleent de bevoegde autoriteit bijstand in verhouding tot haar eigen middelen. De bevoegde autoriteit wijst het verzoek alleen af als:

    1. zij niet bevoegd is om de verzochte bijstand te verlenen;

    2. de verzochte bijstand niet in verhouding staat tot de toezichthoudende taken van de bevoegde autoriteit; of

    3. het verzoek betrekking heeft op informatie of activiteiten inhoudt die, indien ze openbaar zouden worden gemaakt of zouden worden uitgevoerd, in strijd zouden zijn met de wezenlijke belangen van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of de defensie.

  4. Voordat de bevoegde autoriteit het verzoek afwijst, raadpleegt zij de betrokken bevoegde autoriteit van de andere lidstaat van de Europese Unie over de voorgenomen afwijzing en, wanneer de lidstaat daartoe verzoekt, de Europese Commissie en Enisa.

  5. In het kader van de samenwerking informeert de bevoegde autoriteit het centrale contactpunt over de door haar genomen toezichts- en handhavingsmaatregelen met betrekking tot een entiteit als bedoeld in het eerste lid, waarna het centrale contactpunt de betrokken bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie informeert over die genomen toezichts- en handhavingsmaatregelen.

  6. Het verzoek om bijstand, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, kan zien op het verstrekken van informatie en het nemen van toezichts- en handhavingsmaatregelen, met inbegrip van inspecties ter plaatse, toezicht elders en beveiligingsaudits.