Algemene Plaatselijke Verordening Rotterdam 2012 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde
Afdeling Bestrijding van ongeregeldheden
Afdeling Verspreiden van gedrukte stukken
Afdeling Vertoningen e.d. op de weg
Afdeling Bruikbaarheid en aanzien van de weg
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de Alcoholwet
Afdeling Voor publiek openstaande gebouwen
Afdeling Toezicht op speelautomatenhallen
Afdeling Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Afdeling Vuurwerk
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden, cameratoezicht op openbare plaatsen en gebruik lasers
Afdeling Omgevingsverboden
Afdeling Woonoverlast
Afdeling [vervallen]
Hoofdstuk Regulering prostitutie en seksbranche
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen
Hoofdstuk Overgangs- en slotbepalingen

Afdeling

Openbaar water

Artikel 5:23a

Toepassingsbereik

Deze afdeling, met uitzondering van de artikelen 5:29 (reddingsmiddelen), 5:30 (Veiligheid op het water) en 5:30a (Zwemmen en baden elders dan in zee), is niet van toepassing in de haven als bedoeld in artikel 1.2, in samenhang met artikel 1.1 van de havenverordening Rotterdam 2020.

Artikel 5:24

Gebruik van openbaar water

  1. Het is verboden zonder vergunning van het college een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in, of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben.

  2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor door het college aangewezen categorieën van voorwerpen.

  3. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet met betrekking tot voorwerpen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard.

  4. Het is verboden op, in of boven openbaar water voorwerpen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard, te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien deze door hun omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar kunnen veroorzaken voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kunnen vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.

  5. Dit artikel is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Telecommunicatiewet, de Telecommunicatieverordening Rotterdam 2015 of de Havenverordening Rotterdam 2020.

  6. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 5:25

Ligplaats vaartuigen

  1. Het is verboden in door het college aan te wijzen gebieden of perioden:

    1. met een vaartuig ligplaats in te nemen;

    2. met een vaartuig langer dan drie achtereenvolgende dagen ligplaats te hebben of te houden op dezelfde plaats of binnen een nader door het college te bepalen afstand, hemelsbreed gemeten, daarvan;

    3. met een vaartuig binnen drie dagen nadat het is verplaatst, opnieuw ligplaats in te nemen op dezelfde plaats of binnen een nader door het college te bepalen afstand, hemelsbreed gemeten, daarvan;

    4. met een vaartuig langer dan twee achtereenvolgende uren aan een winkelsteiger ligplaats te hebben of te houden tussen 9 uur en 20 uur;

    5. een vaartuig langer dan zes achtereenvolgende uren onbemand te laten;

    6. een vaartuig te verbouwen of onderhoud aan de buitenzijde van een vaartuig te verrichten, anders dan geringe herstel- of onderhoudswerkzaamheden, die redelijkerwijs niet langer dan een half uur duren; of

    7. in vaartuigen te overnachten.

  2. De verboden gelden niet voor vaartuigen die liggen:

    1. in een haven;

    2. op grond van de eigenaar van het vaartuig, of in het daartoe behorende water, mits het niet meer dan twee vaartuigen betreft en de afstand tot de oever niet meer bedraagt dan tien meter.

  3. Bij de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, kan het college bepalen dat het verbod niet dan wel uitsluitend geldt voor bepaalde categorieën van vaartuigen.

Artikel 5:28

Beschadigen van waterstaatswerken en oevers

  1. Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde vaarten, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen.

  2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement of de provinciale omgevingsverordening.

Artikel 5:29

Reddingsmiddelen

Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel, dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.

Artikel 5:30

Veiligheid op het water

  1. Het is een ieder die zich in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden.

  2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de provinciale omgevingsverordening of het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet.

Artikel 5:30a

Zwemmen en baden elders dan in zee

Het is, elders dan in zee, verboden in openbaar water te zwemmen of te baden, behalve op de plaatsen en onder de voorwaarden door het college aangegeven.

Artikel 5:31

Overlast aan vaartuigen

  1. Het is niet-rechthebbenden verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of daarin te begeven of te bevinden.

  2. Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te maken.

Artikel 5:31a

Vaarverbod

  1. Het is verboden zich met een vaartuig te bevinden in door het college aangewezen openbaar water.

  2. Het college kan vrijstelling of ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.

  3. Op de aanvraag om een vrijstelling of ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 5:31b

Verzamelen van visvoer

  1. Het is verboden zonder vergunning van het college vanuit een vaartuig in openbaar water wormen of insecten, wormachtige larven of insectenlarven dan wel ander natuurlijk visvoer te verzamelen.

  2. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening Rotterdam 2012