Algemene Plaatselijke Verordening Rotterdam 2012 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde
Afdeling Bestrijding van ongeregeldheden
Afdeling Verspreiden van gedrukte stukken
Afdeling Vertoningen e.d. op de weg
Afdeling Bruikbaarheid en aanzien van de weg
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de Alcoholwet
Afdeling Voor publiek openstaande gebouwen
Afdeling Toezicht op speelautomatenhallen
Afdeling Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Afdeling Vuurwerk
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden, cameratoezicht op openbare plaatsen en gebruik lasers
Afdeling Omgevingsverboden
Afdeling Woonoverlast
Afdeling [vervallen]
Hoofdstuk Regulering prostitutie en seksbranche
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen
Hoofdstuk Overgangs- en slotbepalingen

Paragraaf

Overgangsbepalingen

Artikel 3:18

Overgangsbepaling

  1. De verbodsbepaling bedoeld in artikel 3:14, onder a, is niet van toepassing ten aanzien van personen die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening aantoonbaar werkzaam zijn als prostituee voor of bij een prostitutiebedrijf.

  2. Prostitutiebedrijven die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening beschikken over een geldige vergunning, dienen uiterlijk met ingang van 1 juli 2016 of bij de verlenging van hun vergunning als dat eerder is, aan de verplichtingen als bedoeld in de artikelen 3:15 en 3:16, tweede lid, onder b, te voldoen.

  3. Een voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening op grond van artikel 3:4, eerste lid, van de APV verleende en nog geldige vergunning, geldt na de inwerkingtreding van deze verordening als een vergunning krachtens hoofdstuk 3 van deze verordening.

  4. Een voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening op grond van artikel 2:28, eerste lid, van de APV juncto artikel 2:27, lid a, sub 2, onder iii, van de APV verleende en nog geldige vergunning voor een inrichting waarvoor een vergunning op grond van hoofdstuk 3 vereist is, geldt na de inwerkingtreding van de verordening als een vergunning krachtens hoofdstuk 3.

Artikel 3.19

Overgangsbepaling bestemming bestaande seksinrichtingen

Bij de beoordeling van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 3:3, eerste lid, van een bestaande seksinrichting, is het bepaalde in artikel 3:7, eerste lid, onder j, niet van toepassing.

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening Rotterdam 2012