Het is verboden zonder vergunning van het college of de burgemeester de weg of weggedeelten anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan.
[vervallen]
Het verbod geldt niet voor:
evenementen;
terrassen als bedoeld in artikel 2:30b;
standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17;
uitstallingen van winkelwaren ten hoogste aan de voorgevel van de winkel gedurende de openingstijden van de betrokken winkel, indien de stoep ter plaatse, gemeten van de gevel tot en met de stoeprand, minimaal 3,50 meter breed is, op de stoep een obstakelvrije ruimte van minimaal 1,80 meter overblijft en de uitstalling maximaal 1 meter, gemeten uit de gevel van de winkel, en 1 meter hoog beslaat;
één reclame-uiting in het kader van verkoop of dienstverlening vanuit een winkel, die niet hoger is dan 1,25 meter en in geen enkele richting breder dan 0,85 meter, en is geplaatst gedurende de openingstijden en in de winkeluitstallingszone van de desbetreffende winkel als beschreven in onderdeel d;
andere door het college of de burgemeester aangewezen categorieën van gevallen.
In afwijking van het derde lid, onder d en e, geldt het in het eerste lid gestelde verbod niet voor uitstallingen in door het college aangewezen gebieden, indien wordt voldaan aan daarbij gestelde regels met betrekking tot:
de situering, oppervlakte en omvang van de uitstalling, of
de constructie van de uitstalling.
Het verbod geldt tevens niet voor voorwerpen door middel waarvan gedachten of gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid van de Grondwet, tenzij deze door hun omvang, vorm, constructie of bevestiging schade toebrengen aan de weg, gevaar kunnen veroorzaken voor de bruikbaarheid of het doelmatig of veilig gebruik daarvan of een belemmering kunnen vormen voor het doelmatig beheer of onderhoud van de weg.
Het verbod geldt niet voor het Rijk, de provincie, de gemeente of het waterschap bij het uitvoeren van een publiekrechtelijke taak.
Dit artikel is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 voorziet.
Op de aanvraag om een vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Algemene Plaatselijke Verordening Rotterdam 2012 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).
Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Openbare orde
Afdeling Bestrijding van ongeregeldheden
Afdeling Verspreiden van gedrukte stukken
Afdeling Vertoningen e.d. op de weg
Afdeling Bruikbaarheid en aanzien van de weg
Afdeling Toezicht op openbare inrichtingen
Afdeling Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de Alcoholwet
Afdeling Voor publiek openstaande gebouwen
Afdeling Toezicht op speelautomatenhallen
- Artikel 2:39
- Artikel 2:39a
- Artikel 2:40
- Artikel 2:40a
- Artikel 2:41
- Artikel 2:42
- Artikel 2:43
- Artikel 2:44
- Artikel 2:44a
- Artikel 2:45
- Artikel 2:46
- Artikel 2:47
- Artikel 2:47a
- Artikel 2:47b
- Artikel 2:48
- Artikel 2:48a
- Artikel 2:48b
- Artikel 2:49
- Artikel 2:50
- Artikel 2:50a
- Artikel 2:50b
- Artikel 2:51
- Artikel 2:52
- Artikel 2:53
- Artikel 2:54
- Artikel 2:55
- Artikel 2:56
- Artikel 2:57
- Artikel 2:58
- Artikel 2:59
- Artikel 2:60
- Artikel 2:60a
- Artikel 2:61
- Artikel 2:62
- Artikel 2:63
- Artikel 2:64
- Artikel 2:65
Afdeling Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen
Afdeling Vuurwerk
Afdeling Drugsoverlast
Afdeling Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden, cameratoezicht op openbare plaatsen en gebruik lasers
Afdeling Omgevingsverboden
Afdeling Woonoverlast
Hoofdstuk Regulering prostitutie en seksbranche
Hoofdstuk Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
Hoofdstuk Straf-, overgangs- en slotbepalingen
Hoofdstuk Overgangs- en slotbepalingen
Afdeling
Artikel 2:10a
Weigerings- en intrekkingsgronden
Onverminderd artikel 1.8 kan een vergunning als bedoeld in artikel 2:10 worden geweigerd of ingetrokken:
indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar kan veroorzaken voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig of veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer of onderhoud van de weg;
indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;
in het belang van het voorkomen of beperken van overlast voor gebruikers van in de nabijheid gelegen onroerende zaken;
als het beoogd gebruik afbreuk doet aan het uiterlijk aanzien van de openbare ruimte.
Artikel 2:11
(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg
-
Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het college een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.
-
[vervallen]
-
Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam publieke taken worden verricht.
-
Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, het Wetboek van Strafrecht, de Wegenwet, de Telecommunicatiewet, de Telecommunicatieverordening Rotterdam 2015 of de Verordening Beheer Ondergrond Rotterdam.
-
Op de aanvraag om een vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
Artikel 2:12
Maken en veranderen van een uitweg
Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag:
een uitweg te maken naar een weg in de zin van artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994;
van een zodanige weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg;
verandering te brengen in een bestaande uitweg naar een zodanige weg.
Een vergunning kan worden geweigerd in het belang van:
de bruikbaarheid van de weg;
het veilig en doelmatig gebruik van de weg;
de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving;
de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente.
Dit artikel is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening.
Artikel 2:14
Winkelwagentjes
-
Een winkelier die winkelwagentjes ter beschikking stelt:
voorziet deze van de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken, en
verwijdert of doet deze terstond verwijderen uit de omgeving van dat bedrijf.
-
Het is verboden een winkelwagentje na gebruik onbeheerd op een openbare plaats achter te laten.
-
Het is verboden zich in door het college aangewezen gebieden met een winkelwagentje op of aan de weg te bevinden op een afstand van meer dan 100 meter van het bedrijf dat het winkelwagentje ter beschikking heeft gesteld of indien het bedrijf gelegen is in een winkelcentrum op een afstand van meer dan 100 meter van het winkelcentrum.
-
Het eerste lid, aanhef en onderdeel b, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet.
Artikel 2:15
Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp
Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of dat er op andere wijze voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat.
Artikel 2:16
Openen straatkolken e.d.
Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken.
Artikel 2:18
Rookverbod in bossen en natuurgebieden
-
Het is verboden te roken in bossen, duinen of andere natuurgebieden of binnen een afstand van dertig meter daarvan gedurende een door het college aangewezen periode.
-
Het is verboden in bossen, duinen of andere natuurgebieden of binnen een afstand van honderd meter daarvan in de open lucht brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen.
-
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven.
-
Dit artikel is niet van toepassing voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 429, onder 3º, van het Wetboek van Strafrecht.
Artikel 2:19
Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp
-
Het is verboden op, aan of boven het voor het verkeer bestemde deel van de weg op enigerlei wijze prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe voorwerpen aan te brengen of te hebben hangen lager dan 2,2 meter boven dat gedeelte van de weg.
-
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe voorwerpen, die op grotere afstand dan 0,25 meter uit de uiterste boord van de weg, op van de weg af gerichte delen van een afscheiding zijn aangebracht.
-
Dit artikel is niet van toepassing voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 2:21
Voorzieningen voor verkeer en verlichting
-
De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk, vanwege en overeenkomstig de aanwijzingen van het college, voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het openbaar verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.
-
Het college maakt van tevoren aan de rechthebbende zijn besluit bekend over te gaan tot het doen aanbrengen of wijzigen van een voorwerp, bord of voorziening als bedoeld in het eerste lid.
-
Het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door hoofdstuk 10 van de Omgevingswet.
Artikel 2:22
[gereserveerd]
Artikel 2:23
Veiligheid op het ijs
-
Het is verboden:
voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen;
bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten, te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te belemmeren.
-
Een ieder is verplicht op eerste vordering van een ambtenaar van politie onverwijld het ijs te verlaten ter voorkoming van gevaar voor personen of goederen.
-
Het eerste lid is niet van toepassing voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien bij of krachtens het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening.
Artikel 2:23a
(Slaap)verblijf op de weg, in voertuigen en in kampeermiddelen
-
Het is verboden op de weg, al dan niet in een motorvoertuig, te slapen, dan wel op of aan de weg een voertuig, woonwagen, tent, caravan of een soortgelijk of ander onderkomen te plaatsen met het kennelijke doel dit als slaapplaats te gebruiken of daarin te slapen dan wel gelegenheid daartoe te bieden.
-
Het verbod geldt niet op plaatsen die op grond van artikel 4:19 zijn aangewezen als kampeerplaats.
Artikel 2:24
Begripsbepaling
-
In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt onder evenement verstaan: een voor het publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van:
bioscoopvoorstellingen;
markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onderdeel g, van de Gemeentewet;
kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;
verrichtingen van vermaak die plaatsvinden in een openbare inrichting, waarvoor een vergunning krachtens artikel 2:28 geldt, mits die vergunning mede betrekking heeft op deze verrichting van vermaak;
betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;
activiteiten als bedoeld in artikel 2:9.
-
Onder evenement wordt in deze verordening en de daarop berustende bepalingen mede verstaan:
braderie;
feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg;
optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3, op of aan de weg;
iedere markt met uitzondering van markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onderdeel g, van de Gemeentewet;
sportwedstrijden, sporttoernooien of sportgala’s die niet worden georganiseerd door een bij NOC*NSF aangesloten sportbond of een bij een dergelijke bond aangesloten vereniging;
huwelijksstoet van voertuigen op of aan de weg.
-
In deze afdeling worden de volgende evenementen onderscheiden:
0-evenement: evenement met een laag risicoprofiel, waarvoor geen vergunning hoeft te worden aangevraagd. Het bezoekersaantal bedraagt maximaal 250 mensen;
A-evenement: laag risico-evenement, waarbij sprake is van een beperkte impact op de omgeving en het verkeer;
A+ -evenement: laag risico-evenement, waarbij sprake is van een grote impact op de omgeving en het verkeer;
B-evenement: gemiddeld risico-evenement, waarbij sprake is van een grote impact op de directe omgeving en/of gevolgen voor het verkeer;
C-evenement: hoog risico-evenement, waarbij sprake is van een grote impact op de stad en/of regionale gevolgen voor het verkeer.
-
Onder evenementenoverzicht wordt in deze afdeling verstaan een op basis van door de raad vastgestelde beoordelingscriteria door het college vast te stellen lijst met evenementen in de categorie B en C die in een kalenderjaar in aanmerking komen voor een evenementenvergunning.
-
Onder organisator wordt in de afdeling verstaan een natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, indien van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon, voor wiens rekening en risico het evenement is.
-
Onder locatieprofiel wordt in deze afdeling verstaan een profiel van evenementenlocaties waarin de randvoorwaarden en regels bij het organiseren van evenementen op die locaties zijn vastgelegd.
Artikel 2:24a
Evenementenoverzicht
-
Het college is bevoegd tot het vaststellen van het evenementenoverzicht op basis van door de raad vastgestelde beoordelingscriteria.
-
Het college stelt beleidsregels vast over de totstandkoming van het evenementenoverzicht.
Artikel 2:25
Evenementenvergunning
-
Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een A-, A+-, B- of C-evenement te organiseren, toe te laten, feitelijk te leiden of daaraan deel te nemen.
-
De burgemeester stelt de vergunningaanvraag buiten behandeling indien het B- of C-evenement waarvoor de vergunning wordt aangevraagd niet is opgenomen op het evenementenoverzicht welke is vastgesteld voor het jaar waarin het evenement, waarvoor de vergunning wordt aangevraagd, plaats zal vinden.
-
De burgemeester kan de vergunningaanvraag voor een A-evenement buiten behandeling stellen indien:
de aanvraag niet ten minste vier weken voor aanvang van het evenement is aangevraagd;
de vergunningaanvraag bedoeld is voor een evenement in de periode april tot en met september en de aanvraag is ingediend voorafgaand aan het kalenderjaar waarin het evenement zal plaatsvinden.
-
De burgemeester kan de vergunningaanvraag voor een A+- evenement buiten behandeling stellen indien:
de aanvraag niet ten minste acht weken voor aanvang van het evenement is aangevraagd;
de vergunningafgaand aan het kalenderjaar waarin het evenement zal plaatsvinden.
-
De burgemeester kan de vergunningaanvraag buiten behandeling stellen indien de aanvraag van een B- of C-evenement niet voor 15 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin het evenement plaatsvindt, is ingediend.
-
De burgemeester weigert de vergunning voor een B- of C-evenement indien de organisator:
onder curatele staat, of
de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt.
-
Onverminderd de artikelen 1:6 en 1:8 kan de burgemeester de evenementenvergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, tijdelijk of voor onbepaalde tijd intrekken of wijzigen indien naar zijn oordeel:
dit noodzakelijk is voor de openbare orde en veiligheid of de bescherming van het woon- en leefklimaat in de omgeving van het evenement;
de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of goederen niet kan worden gewaarborgd;
de zedelijkheid of gezondheid van bezoekers niet kan worden gewaarborgd;
het gelet op een gebeurtenis van nationale omvang op de dag van het evenement of daags voor het evenement met een dusdanig effect op het gemeenschapsleven niet wenselijk is dat de activiteiten worden verricht of voortgezet;
de bescherming van een krachtens de Gemeentewet ingestelde markt nodig is;
de ter handhaving van de openbare orde en veiligheid noodzakelijke politie- en betreffende hulpverleningscapaciteit een onevenredig beroep op de beschikbare bezetting doet;
tegen de organisator in de afgelopen drie jaar een bestuurlijke sanctie is genomen;
het evenement niet past binnen het evenementenvergunningenbeleid en de locatieprofielen van Rotterdam;
de organisator in enig opzicht van slecht levensgedrag is;
de aangevraagde tijd en locatie reeds bezet of gereserveerd is voor een andere activiteit op of aan de weg of het openbare water;
dit noodzakelijk is ter bescherming van gemeentelijke dan wel particuliere eigendommen, groenvoorzieningen of voorzieningen van openbaar nut.
-
De burgemeester kan aan de vergunning voorschriften verbinden ter regulering van het evenement, die onder meer betrekking kunnen hebben op:
de plaats en het tijdstip van het evenement;
de benodigde technische voorzieningen;
de inrichting van het evenemententerrein, waaronder de op- en afbouw van het evenemententerrein;
het activiteitenprogramma;
een veiligheidsplan, waaronder het aantal beveiligers;
het verkeersplan;
het geluidsniveau van het programma tijdens het evenement;
voorkomen van calamiteiten;
de belangen bedoeld in artikel 1:8 en 2:25, zevende lid.
-
Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd.
-
De aanvraag om een evenementenvergunning bevat ten minste:
de plaats waar het evenement wordt gehouden;
de datum en het tijdstip waarop het evenement wordt gehouden;
een opgave van het verwachte aantal deelnemers en toeschouwers;
de inrichting van het evenemententerrein, waaronder het op- en afbouwplan;
het activiteitenprogramma;
de maatregelen om mogelijke risico’s voor verstoring van de openbare orde en veiligheid te voorkomen;
het veiligheidsplan, waaronder het aantal beveiligers;
de maatregelen die de organisator zelf zal nemen om wanordelijkheden zoveel mogelijk te voorkomen;
een verkeers- en mobiliteitsplan wanneer sprake is van een impact op het verkeer.
-
Risicoverhogende feiten of omstandigheden waarvan eerst na de aanvraag is gebleken, dienen door de organisator onverwijld aan de burgemeester te worden gemeld.
-
Indien de burgemeester dat nodig acht voor de beoordeling van een aanvraag kan hij verlangen dat aanvullende gegevens worden overgelegd.
-
Dit artikel is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto artikel 148 van de Wegenverkeerswet 1994.
-
Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:25a
0-evenementen
-
Het is verboden een 0-evenement te organiseren, toe te laten, feitelijk te leiden of daaraan deel te nemen als:
geen kennisgeving is gedaan overeenkomstig artikel 2.25a, vierde lid;
wordt afgeweken van de bij de kennisgeving verstrekte gegevens;
in strijd wordt gehandeld met de door de burgemeester gegeven voorschriften of beperkingen; of
de burgemeester het 0-evenement heeft verboden.
-
Van een 0-evenement is sprake indien:
het een evenement in de openlucht betreft;
het aantal bezoekers niet meer bedraagt dan 250 personen;
het een evenement is dat plaatsvindt tussen 9.00 en 23.00 uur of op een zon- of feestdag tussen 13.00 uur en 23.00 uur;
het geluidsniveau op een afstand van 10 meter van enige geluidsbron niet meer bedraagt dan 80 dB(A);
het niet plaatsvindt op de rijbaan, een fiets-, bromfiets- of parkeergelegenheid of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten;
het geen extra politiecapaciteit vergt;
slechts enkele kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van maximaal 25 m² per object;
er geen ander evenement in de nabijheid plaatsvindt;
er een organisator is.
-
Van een 0-evenement is mede sprake indien het een huwelijksstoet van voertuigen op of aan de weg betreft.
-
De organisator stelt de burgemeester ten minste vijf werkdagen voorafgaand aan het 0-evenement in kennis van het evenement door middel van het door de burgemeester vastgestelde kennisgevingsformulier.
-
Toestemming voor het evenement is verleend indien:
na ontvangst van het kennisgevingsformulier door de burgemeester geen tegenbericht is verzonden, en
de organisator een ontvangstbevestiging, van het feit dat hij een kennisgeving heeft gedaan, kan tonen.
-
De burgemeester kan naar aanleiding van de kennisgeving voorschriften en beperkingen stellen of een verbod geven in het belang van het verkeer, de veiligheid van personen of zaken, het voorkomen van hinder voor anderen dan de deelnemers en het voorkomen van strafbare feiten of wanordelijkheden.
Artikel 2:25b
Beslistermijn
-
In afwijking van artikel 1:2, eerste lid, beslist de burgemeester:
binnen vier weken voorafgaand aan het evenement, indien sprake is van een A-evenement; of
binnen acht weken voorafgaand aan het evenement, indien sprake is vaneen A+-, B- of C-evenement.
-
Aanvragen voor een evenement, als bedoeld in het eerste lid, worden behandeld op volgorde van binnenkomst. Het tijdstip van ontvangst van de leges is bepalend voor de rangschikking.
Artikel 2:26
Openbare orde en veiligheid
-
De burgemeester kan in de aanloop naar, tijdens, en na een evenement alle aanwijzingen geven die hij noodzakelijk acht ter handhaving van de openbare orde. De burgemeester bedient zich daarbij van de onder zijn gezag staande politie, brandweer en hulpverlening.
-
De organisator van een evenement is verplicht in de aanloop naar, tijdens, en na het evenement:
alle maatregelen te treffen ter voorkoming van de verstoring van de openbare orde;
het evenement onverwijld te beëindigen bij verstoring van de openbare orde of de vrees daarvoor;
een aanwijzing van de burgemeester onverwijld op te volgen;
ervoor te zorgen dat bij een verstoring van de openbare orde na een aanwijzing van de burgemeester, dan wel een ambtenaar van de politie of brandweer geen publiek meer tot het evenement wordt toegelaten.
-
Het is verboden bij een evenement:
de openbare orde te verstoren;
zich op of rondom het evenemententerrein te gedragen met het kennelijke doel om de openbare orde of veiligheid te verstoren of te bedreigen;
al dan niet op of rondom het evenemententerrein, op of aan de weg of op voor het publiek toegankelijke plaatsen voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, te dragen of te vervoeren die kennelijk bestemd zijn om de openbare orde of veiligheid te verstoren;
zich op of rondom een evenemententerrein te begeven indien overeenkomstig het eerste, dan wel het tweede lid onder d opdracht is gegeven het evenemententerrein te verlaten;
een op grond van het eerste lid gegeven aanwijzing niet op te volgen.
-
Een ieder is verplicht om ter ordelijk verloop van een evenement of bij enig voorval waardoor wanordelijkheden ontstaan of dreigen te ontstaan, een daartoe strekkende aanwijzing van een toezichthouder of een ambtenaar van de politie of brandweer zijn weg te vervolgen of aanwijzingen van andere aard in het belang van de openbare orde of veiligheid van personen en goederen dan wel ter beperking van gemeen gevaar, onverwijld en stipt op te volgen.