Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren met behulp van een opschrift, aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die vanaf de weg zichtbaar is, indien:
de veiligheid van het verkeer in gevaar wordt gebracht;
de constructieve - of brandveiligheid in gevaar wordt gebracht;
hinder, overlast of gevaar voor de omgeving wordt veroorzaakt;
de handelsreclame, hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving in strijd is met redelijke eisen van welstand;
overlast voor gebruikers van een in de nabijheid gelegen onroerende zaak ontstaat; of
de handelsreclame in strijd is met de openbare orde of de goede zeden.
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor onverlichte:
opschriften, aankondigingen of afbeeldingen in het inwendig gedeelte van een onroerende zaak, die niet kennelijk gericht zijn op zichtbaarheid vanaf de weg;
opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken, daartoe aangewezen door de overheid;
opschriften of aankondigingen kleiner dan 0,50 m² en waarvan de langste zijde korter dan 1 meter is, die betrekking hebben op een openbare verkoping of een aanbieding ten verkoop, verhuur of verpachting van een onroerende zaak, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben en voor zover zij geplaatst zijn op, aan of bij de onroerende zaak;
opschriften en aankondigingen betrekking hebbend op het beroep, de dienst, of het bedrijf dat in of op de onroerende zaak wordt uitgeoefend of waarvoor die zaak is bestemd, zomede op naamborden, met dien verstande dat indien de onroerende zaak die gelegen is in: 1˚een door de raad aangewezen reclame-arme zone: de opschriften, aankondigingen of naamborden gezamenlijk geen grotere oppervlakte hebben dan 0,50 m² en geen van alle een grotere afmeting in een richting hebben dan 1,00 meter en zijn aangebracht op of aan de onroerende zaak;
2˚ een door de raad aangewezen reclamezone: de opschriften, aankondigingen of naamborden tezamen niet groter dan 1,0 m² zijn en geen van alle een grotere afmeting in een richting hebben dan 2,00 meter en zijn aangebracht op of aan de onroerende zaak;
opschriften die betrekking hebben op de naam of aard van in uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen van degenen die bij het ontwerp of de uitvoering van het bouwwerk betrokken zijn, mits deze opschriften zijn aangebracht op borden op de bouwplaats, kleiner dan 6,0 m² en waarvan de langste zijde korter is dan 3,0 m, bij of op de in uitvoering zijnde bouwwerken zelf, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis hebben;
opschriften of aankondigingen op of aan onroerende zaken dienstbaar aan het openbaar vervoer, indien deze zijn aangebracht ten dienste van dat vervoer.
Het bevoegde bestuursorgaan kan nadere regels geven omtrent:
de veiligheid van het verkeer, bedoeld in het eerste lid;
de constructieve - en brandveiligheid, bedoeld in het eerste lid;
hinder, overlast of gevaar voor de omgeving als bedoeld in het eerste lid;
redelijke eisen van welstand als bedoeld in het eerste lid; of
overlast voor gebruikers als bedoeld in het eerste lid.
Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.
Dit artikel is niet van toepassing voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening.
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.