1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen vier weken na de datum van ontvangst van de aanvraag, tenzij in deze verordening een andere beslistermijn is vastgesteld.

  2. In afwijking van het eerste lid beslist het bevoegde bestuursorgaan binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag voor een vergunning krachtens de artikelen 2:28, 2:36, 2:39a of 5:18.

  3. Het bestuursorgaan kan de termijn, bedoeld in het eerste lid met ten hoogste vier weken verlengen onderscheidenlijk de in het tweede lid bedoelde termijn met acht weken.

  4. Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning.

  5. [vervallen]