1. Indien krachtens artikel 5:21a, eerste lid, een standplaatsvrij gebied wordt aangewezen, blijven de rechten van de houder van een eerder verleende standplaatsvergunning gedurende twee jaar na die aanwijzing onverlet, tenzij de vergunning op de gronden genoemd in artikel 5:18a eerder wordt geweigerd of is ingetrokken.

  2. In een krachtens artikel 5:21a, eerste lid, aangewezen standplaatsvrij gebied kunnen door het college locaties worden aangewezen waarbinnen voor de verkoop van goederen, aan de houder voor wie ten tijde van het nemen van een aanwijzingsbesluit een standplaatsvergunning gold, ontheffing kan worden verleend voor het innemen van een standplaats met een mobiele verkoopinrichting van niet meer dan 4 m², met dien verstande dat de inhoud niet meer dan 10 m³ mag bedragen.

  3. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.