[gereserveerd]

Artikel 5:21a Standplaatsvrije gebieden

  1. Het college kan standplaatsvrije gebieden aanwijzen waar geen standplaatsvergunning wordt verleend.

  2. Het college kan ontheffing verlenen voor het innemen van een standplaats op een oppervlakte van niet meer dan 2 m² in een krachtens het eerste lid aangewezen gebied met een mobiele verkoopinrichting met een inhoud van niet meer dan 2 m3 voor de verkoop van goederen.

  3. Het college kan ontheffing verlenen voor het innemen van een standplaats in een krachtens het eerste lid aangewezen gebied voor de verkoop van:

    1. oliebollen van 15 oktober tot en met 31 januari;

    2. kerstbomen van 6 december tot en met 24 december;

    3. haring vanaf vlaggetjesdag tot 1 oktober;

    4. ijs van 1 april tot en met 30 september;

    5. verse sappen van 1 januari tot en met 31 december; of

    6. strandstoelen van 1 april tot en met 30 september.

  4. Op de ontheffingen is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

  5. Artikel 5:18, derde en vierde lid, en artikel 5:18a zijn van overeenkomstige toepassing.