1. Het is verboden zonder vergunning van het college met een voertuig dat een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, standplaats op een openbare en in de open lucht gelegen plaats in te nemen, teneinde in of vanuit dat voertuig aan het publiek diensten te verlenen of te verstrekken, of van het publiek goederen in ontvangst te nemen.

  2. De artikelen 5:18a en 5:21a zijn van overeenkomstige toepassing.

  3. Een vergunning krachtens het eerste lid kan betrekking hebben op het innemen van een standplaats op verschillende plaatsen en op verschillende tijdstippen gedurende een bepaalde periode.

  4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.