1. Het is verboden een seksinrichting respectievelijk escortbedrijf te exploiteren of te

wijzigen zonder vergunning van de burgemeester respectievelijk het college.

2. Het college kan het aantal te verlenen vergunningen aan een maximum binden.

3. Bij de aanvraag om een vergunning wordt in ieder geval vermeld, dan wel bij de

aanvraag wordt in ieder geval gevoegd:

a. de persoonsgegevens van de exploitant;

b. de persoonsgegevens van de beheerder;

c. de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf;

d. een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is tot het gebruik van de ruimte

bestemd voor de seksinrichting of het escortbedrijf;

e. een plattegrond van de inrichting met een schaal van tenminste 1:100 waarop

duidelijk het aantal werkruimten is aangegeven;

f. de plaatselijke en kadastrale ligging van de inrichting door middel van een

situatietekening met een schaal van tenminste 1:1000;

g. een lijst met telefoonnummers en/of websites waarmee c.q. waarop de exploitatie zal

plaatsvinden;

h. het aantal werkzame prostituees;

i. een bedrijfsplan, waarin in ieder geval beschreven de maatregelen die waarborgen

dat tegen de prostituees geen enkele dwang wordt uitgeoefend en die tevens de

veiligheid van de prostituees waarborgen. Het bedrijfsplan beschrijft tevens de

geneeskundige zorg en voorlichting op het gebied van beroepsgerelateerde ziektes

ten behoeve van bij het bedrijf werkzame prostituees.

j. in geval van een seksinrichting, de door het college afgegeven

geschiktheidsverklaring;

k. indien van toepassing een kopie van de Alcoholwetvergunning, voorheen Drank- en

Horecavergunning;

l. indien van toepassing, een origineel bewijs van inschrijving in het handelsregister van

de Kamer van Koophandel alsmede ingeval van een rechtspersoon de statuten van

de betreffende rechtspersoon;

m. indien van toepassing een bewijs van inschrijving bij de belastingdienst ten aanzien

van loon-, inkomsten- en/of omzetbelastingen, met bijbehorende BTW- nummer(s).

4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve

fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.