1. Het is verboden zich op een openbare plaats te bevinden met het kennelijke doel contact

te zoeken tot het verrichten van handelingen van seksuele aard, die uit het oogpunt van

openbare zedelijkheid kennelijk oneerbaar of aanstootgevend zijn of redelijkerwijs kan

worden geacht te zijn.

2. Het verbod gesteld in het eerste lid is niet van toepassing op de als zodanig aangewezen

en aangeduide terreinen en onder door het college eventueel nader te stellen

voorwaarden.