1. Degene die in een gebied, dat door de burgemeester is aangewezen (zie bijgevoegd
besluit), omdat naar zijn oordeel de openbare orde in dat gebied ernstig is verstoord door
de aanwezigheid van verslaafden en/of handelaren in harddrugs, zich gedraagt in strijd
met:
a. De artikelen 2:1, 2:49 en 2:54 voor zover de gedragingen in verband staan met
harddrugs.
b. Artikel 2:74 (drugshandel op straat);
c. Artikel 2:74b (verzameling personen i.v.m. harddrugs of heling);
2. Degene die messen of andere voorwerpen, die als wapen kunnen worden gebruikt zoals
verboden in de Wet wapens en munitie, openlijk voorhanden heeft, is verplicht zich direct
uit een door de burgemeester aangewezen gebied, als bedoeld in het eerste lid, te
verwijderen en zich daar gedurende een tijdvak van vierentwintig uur niet te bevinden
nadat de burgemeester hem daartoe een bevel heeft gegeven.
3. Degene die in een door de burgemeester aangewezen gebied, als bedoeld in het eerste
lid in een aaneengesloten periode van ten hoogste zes maanden ten minste drie
ordeverstorende gedragingen heeft begaan, is verplicht zich direct uit dat gebied te
verwijderen en zich daar gedurende een tijdvak van één maand niet te bevinden nadat
de burgemeester hem daartoe een bevel heeft gegeven.
4. Degene die in een door de burgemeester aangewezen gebied, als bedoeld in het eerste
lid overeenkomstig het derde lid een bevel van de burgemeester heeft gekregen zich te
verwijderen uit dat gebied en die in een aaneengesloten periode van ten hoogte één jaar
weer een ordeverstorende gedraging heeft begaan, is verplicht zich direct uit dat gebied
te verwijderen en zich daar gedurende twee maanden niet te bevinden nadat de
burgemeester hem daartoe een bevel heeft gegeven.
5. Degene die in een door de burgemeester aangewezen gebied, als bedoeld in het eerste
lid overeenkomstig het vierde lid een bevel van de burgemeester heeft gekregen zich te
verwijderen uit dat gebied en die in een aaneengesloten periode van ten hoogste één
jaar weer een ordeverstorende gedraging heeft begaan, is verplicht zich direct uit dat
gebied te verwijderen en zich daar gedurende een tijdvak van drie maanden niet te
bevinden nadat de burgemeester hem daartoe een bevel heeft gegeven.
6. Onder ordeverstorende gedragingen als bedoeld in het derde, vierde en vijfde lid worden
verstaan de gedragingen als bedoeld in het eerste en tweede lid, alsmede het niet
voldoen aan een opgelegd verwijderingsbevel, geweldsdelicten en diefstallen uit auto’s
op of aan de weg, voor zover een verband bestaat tussen het delict en harddrugs.