voor bepaalde bedrijvigheid

1. In het belang van de openbare orde en veiligheid, het woon- en leefklimaat of als er

bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan de burgemeester een gebied,

straat, gebouw of bedrijfsmatige activiteiten aanwijzen waarop het verbod van artikel 2:83

van toepassing is. Een aanwijzing kan zich tot één of meer bedrijfsactiviteiten beperken.

2. De burgemeester wijst in het besluit de activiteiten aan waarvoor de vergunningplicht

geldt en geeft desgewenst aan welke specifieke voorwaarden aan de vergunningplicht

worden verbonden.

3. De burgemeester kan de aanwijzing intrekken zodra deze bedrijfsmatige activiteiten naar

zijn oordeel niet langer de openbare orde verstoren, het woon- en leefklimaat aantasten

of anderszins ondermijning veroorzaken.