1. Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig

op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.

2. Degene die op een openbare plaats:

a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te

ontstaan;

b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor

ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of

c. zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing;

d. is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de

door hem aangewezen richting te verwijderen.

3. Het is verboden zich te begeven naar of te bevinden op openbare plaatsen die door het

bevoegd bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van

ongeregeldheden zijn afgezet.

4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het derde lid.

5. Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en

levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.