1. Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden,

waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet

openbare manifestaties, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste

één week voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester.

2. De kennisgeving bevat:

a. naam en adres van degene die de betoging houdt;

b. het doel van de betoging;

c. de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van

beëindiging;

d. de plaats en, voor zover van toepassing, de route;

e. voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; en

f. maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop

te bevorderen.

3. Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de

kennisgeving is vermeld.

4. Als het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een

zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan

uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip voorafgaat vóór 12.00 uur.

5. De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een kennisgeving in

behandeling nemen buiten deze termijn.