1. Het is verboden, zonder vergunning van de burgemeester, een sekswinkel te exploiteren
of te wijzigen, in door het college, in het belang van de openbare orde of de woon- en
leefomgeving aangewezen gebieden of delen van de gemeente.
2. Indien door het college gebruik is gemaakt van de bevoegdheid als bedoeld in het eerste
lid, dan zijn artikel 3:4 lid 3 sub a tot en met e, sub h, artikel 3:5, artikel 3:8 lid 1 en lid 2,
en de afdelingen 3.3, 3.4, en 3.5 van overeenkomstige toepassing.
3. Indien door het college gebruik is gemaakt van de bevoegdheid als bedoeld in het eerste
lid, dan is het verbod op een al bestaande sekswinkel niet van toepassing:
a. gedurende 12 weken nadat het college gebruik heeft gemaakt van die bevoegdheid;
b. na afloop van de onder a gestelde termijn, indien de exploitant binnen deze termijn
een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, heeft ingediend,
totdat op die aanvraag door de burgemeester een besluit is genomen.
4. Gedurende een periode genoemd in het derde lid, kan de burgemeester met het oog op
de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde belangen de exploitant aanschrijven tot het
treffen van in die aanschrijving vermelde voorziening.
5. Indien door het college gebruik is gemaakt van de bevoegdheid als bedoeld in het eerste
lid, dan is de weigeringsgrond genoemd in artikel 3:13, eerste lid, onder b, op een reeds
bestaande sekswinkel niet van toepassing, voor zover de perso(o)n(en) die deze
sekswinkel exploiteerde(n), de exploitatie daarvan sindsdien onafgebroken heeft of
hebben voortgezet en de bruto vloeroppervlakte van deze sekswinkel sindsdien
ongewijzigd is gebleven.
6. Deze bepaling is niet van toepassing indien ná voormelde dag tevens een andere
persoon of andere personen de exploitatie van een in dit lid bedoelde sekswinkel op zich
heeft of hebben genomen.
7. Het is de exploitant van een sekswinkel verboden, toe te laten, dat in de winkel
aanwezige of werkzame personen aan bezoekers aanbieden om met hen tegen
vergoeding seksuele handelingen te verrichten.
8. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.