1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in
gebruik geeft, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf
of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke
hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.
2. De burgemeester kan een last onder bestuursdwang wegens overtreding van het eerste
lid in ieder geval opleggen bij ernstige en herhaaldelijke:
a. geluid-, licht-, rook- of geurhinder;
b. hinder van dieren;
c. hinder van afval;
d. hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig
zijn;
e. overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf;
f. intimidatie van derden vanuit een woning of een erf.