1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een
evenement te organiseren.
2. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3
van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd
voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op
grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening
overige plaatsen.
3. Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, zoals bedoeld in artikel 2:24 lid 3
APV, als de organisator ten minste 30 werkdagen voorafgaand aan het evenement
daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester door middel van een vastgesteld
meldingsformulier.
4. De burgemeester kan binnen 14 dagen na ontvangst van de melding besluiten een klein
evenement te verbieden, als er aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare
orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt.
5. Het verbod is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin
voorzien wordt door artikel 10 juncto 148 van de Wegenverkeerswet 1994.
6. Het derde lid is niet van toepassing op een op grond van artikel 2:24, tweede lid, onder f,
aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s.
7. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning voor een
vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder f, weigeren als de
organisator of de aanvrager van de vergunning van in enig opzicht van slecht
levensgedrag is.
8. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
9. De burgemeester kan nadere regels stellen op grond van dit artikel.