1. Elke wijziging in de bedrijfsvoering of van de exploitatievorm dient schriftelijk en direct te

worden medegedeeld aan het bevoegde orgaan.

2. De vergunning vervalt zodra de op de vergunning vermelde exploitant de exploitatie

feitelijk beëindigt.

3. Uiterlijk binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie, meldt de

exploitant dat schriftelijk.

4. In afwijking van het bepaalde in lid 2 en 3 vervalt, behoudens zwaarwegende

omstandigheden en feiten, de vergunning verleend voor een sekswinkel niet indien, bij de

wijziging bedoeld in lid 1, aangegeven is dat de bedrijfsactiviteiten door een ander

worden voortgezet en een aanvraag voor een nieuwe vergunning binnen 2 weken na de

mededeling is ingediend totdat op de aanvraag een besluit is genomen.