1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde of ter voorkoming of beperking
van overlast of nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat besluiten tot de gehele
of gedeeltelijke sluiting van een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat
gebouw behorend erf.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 2:30, eerste lid, of artikel
13b van de Opiumwet voorziet.
3. De burgemeester brengt een afschrift van zijn besluit aan op of nabij de toegang van het
voor het publiek openstaande gebouw of het bij dat gebouw behorende erf.
4. Eenieder is verplicht toe te laten dat het afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft,
zolang de sluiting van kracht is.
5. Het is verboden een gesloten gebouw of erf te bezoeken, als bezoeker daarin of daarop
te verblijven of een bezoeker daarin of daarop te laten verblijven zonder toestemming
van de burgemeester.
6. De burgemeester kan een sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en
omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat
geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal
plaatsvinden.