Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Almelo 2021 BETA Foutje gevonden? Laatste controle 16-04-2026, laatste wijziging 12-04-2026 (Bron: lokaleregelgeving.overheid.nl).

Inhoud
Hoofdstuk Algemene bepalingen
Hoofdstuk Hoofdstuk 2. Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Hoofdstuk Toezicht op seksbedrijven
Hoofdstuk Hoofdstuk 4. Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente

Hoofdstuk

Toezicht op seksbedrijven

Artikel 3:1

Begripsbepalingen

In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. advertentie: iedere commerciële uiting in een medium, die een seksbedrijf of een sekswerker onder de aandacht van het publiek brengt;

b. beheerder: de natuurlijke persoon die met het feitelijk beheer en het dagelijks toezicht in een seksinrichting is belast of daartoe door de exploitant is aangesteld;

c. escortbedrijf: de activiteit bestaande uit het bedrijfsmatig, dan wel in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, aan een sekswerker gelegenheid geven tot prostitutie in de vorm van bemiddeling tussen sekswerker en klant;

d. exploitant: de natuurlijke persoon of bestuurder van een rechtspersoon of, voor zover van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon, voor wiens rekening en risico een seksbedrijf wordt uitgeoefend;

e. klant: degene die tegen betaling seksuele diensten afneemt van een sekswerker;

f. raamprostitutiebedrijf: de activiteit bestaande uit het bedrijfsmatig, dan wel in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, gelegenheid geven tot prostitutie, waarbij het werven van klanten plaatsvindt door een sekswerker die zichtbaar is vanuit een voor publiek toegankelijke plaats;

g. seksbedrijf: de activiteit bestaande uit het bedrijfsmatig, dan wel in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, gelegenheid geven tot:

- het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling; of

- het verrichten van seksuele handelingen voor een ander tegen betaling.

Onder een seksbedrijf wordt in ieder geval verstaan: een escortbedrijf, seksinrichting, sekstheater, parenclub, seksclub, erotische massagesalon of een combinatie daarvan.

h. seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, al dan niet besloten, ruimte, onderdeel van een seksbedrijf;

i. sekswerker: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling;

j. prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling;

Afdeling 2. Vergunning seksbedrijf

Artikel 3:2

Vergunningplicht seksbedrijven

Het is verboden een seksbedrijf te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.

Artikel 3:3

Maximumstelsel

1. De burgemeester kan voor maximaal drie seksbedrijven een vergunning verlenen, met dien verstande dat per seksinrichting maximaal één seksbedrijf is toegestaan.

2. Voor het exploiteren van een raamprostitutiebedrijf wordt geen vergunning verleend.

Artikel 3:4

Vergunning seksbedrijven

1. De vergunning wordt voor maximaal vijf jaar verleend.

2. De vergunning wordt verleend aan de exploitant en op diens naam gesteld. De vergunning is locatie gebonden.

Artikel 3:5

Aanvraag en procedure vergunning

1. Een aanvraag om een vergunning voor een seksbedrijf wordt ingediend met gebruikmaking van een door de burgemeester vastgesteld formulier.

2. Bij de aanvraag van een vergunning voor een seksbedrijf wordt vermeld voor welke activiteit een vergunning wordt gevraagd en wordt opgave gedaan van in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden:

a. de persoonsgegevens van de exploitant(en);

b. de contactgegevens van de exploitant(en);

c. een geldig legitimatiebewijs van de exploitant(en);

d. het adres waar het seksbedrijf wordt geëxploiteerd;

e. het adres van de onder het seksbedrijf vallende seksinrichting;

f. de handelsnaam waaronder wordt geëxploiteerd en het nummer van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel;

g. of in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag reeds eerder een aanvraag van een vergunning voor een seksbedrijf door de exploitant een vergunning voor een seksbedrijf is geweigerd of een aan de exploitant verleende vergunning voor een seksbedrijf is ingetrokken;

h. een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is tot het gebruik van de ruimtes bestemd voor de uitoefening van het seksbedrijf;

i. een beschrijving en plattegrond van de indeling (afmetingen) van de seksinrichting;

j. de beoogde duur van de vergunning;

k. de beoogde openingstijden;

l. ieder telefoonnummer dat in advertenties voor het seksbedrijf zal worden gebruikt; en

m. een bedrijfsplan als bedoeld in artikel 3:15.

3. Indien een beheerder is aangesteld, is het tweede lid, onder a, b, c en g, van overeenkomstige toepassing op de beheerder.

4. De burgemeester kan aanvullende gegevens of bescheiden verlangen.

5. De burgemeester stelt nadere regels vast ten behoeve van het creëren van gelijke kansen om voor een vergunning in aanmerking te komen, waarbij in ieder geval regels worden gesteld betreffende:

a. de inhoud en de wijze van indiening van een aanvraag van een vergunning;

b. de verdelings- en toekenningsprocedure van een vergunning.

Artikel 3:6

Beslistermijnen

1. De burgemeester beslist binnen twaalf weken op de aanvraag van een vergunning voor een seksbedrijf.

2. De in het eerste lid gestelde termijn kan door de burgemeester met ten hoogste twaalf weken worden verlengd.

3. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.

Artikel 3:7

Gegevens vergunning

1. De vergunning voor een seksbedrijf vermeldt in ieder geval:

a. de exploitant(en);

b. de beheerder(s), die vermeld worden op een bij de vergunning behorend aanhangsel, die onlosmakelijk onderdeel uitmaakt van de vergunning;

c. voor welke activiteit de vergunning is verleend;

d. het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend;

e. het adres van de onder het seksbedrijf vallende seksinrichting waarvoor de vergunning is verleend;

f. de handelsnaam waaronder wordt geëxploiteerd en het nummer van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel;

g. de geldigheidsduur van de vergunning;

h. de lokaliteiten en afmetingen van de seksinrichting;

i. de openingstijden van het seksbedrijf en de onder het seksbedrijf vallende seksinrichting;

j. ieder telefoonnummer dat in advertenties voor het seksbedrijf zal worden gebruikt;

k. de voorschriften of beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden; en

l. het nummer van de vergunning.

2. De exploitant draagt er zorg voor dat de vergunning en het daarbij behorende aanhangsel of een afschrift daarvan zichtbaar aanwezig is in de seksinrichting waarvoor de vergunning (mede) is verleend en dat tevens aan de buitenzijde of direct bij binnenkomst van de seksinrichting zichtbaar is dat hij over een vergunning voor die seksinrichting beschikt.

Artikel 3:9

Melden wijziging beheerder(s) en verlenen gewijzigd aanhangsel

1. De exploitant meldt iedere wijziging in beheerder(s), als bedoeld in artikel 3:7, eerste lid, onder b, onmiddellijk aan de burgemeester.

2. De burgemeester verleent een gewijzigd aanhangsel bij de vergunning in het geval de aanvraag betrekking heeft op:

a. een persoon als beheerder te laten bijschrijven; en

b. een persoon als beheerder te laten doorhalen, omdat de beheer niet langer werkzaam is in of voor het seksbedrijf en/of de seksinrichting en/of geen bemoeienis meer heeft met de bedrijfsvoering en/of exploitatie van het seksbedrijf en/of de seksinrichting.

3. De in het eerste lid bedoelde melding geldt als een aanvraag tot wijziging van het aanhangsel bij de vergunning, als bedoeld in artikel 3:7, eerste lid, onder b.

4. De burgemeester weigert de aanvraag tot wijziging van het aanhangsel bij de vergunning in het geval:

a. een persoon, als bedoeld in het eerste en tweede lid, niet voldoet aan het bij of krachtens artikel 3:10, eerste lid, onder a, b, c of d gestelde; en

b. in het geval en onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordeling door het openbaar bestuur.

5. Alvorens te beslissen op een aanvraag tot wijziging van het aanhangsel kan het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen, door het openbaar bestuur om een advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd.

Artikel 3:10

Weigeringsgronden

1. Een vergunning voor een seksbedrijf wordt geweigerd indien:

a. de exploitant of de beheerder onder curatele staat;

b. de exploitant of de beheerder is ontzet uit het ouderlijk gezag of de voogdij;

c. de exploitant of de beheerder onherroepelijk is veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel of in enig ander opzicht van slecht levensgedrag is;

d. de exploitant of de beheerder de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt;

e. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn;

f. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager in strijd zal handelen met aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften;

g. er aanwijzingen zijn dat voor of bij de exploitant personen werken of zullen werken die, indien het sekswerkers betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt;

h. er aanwijzingen zijn dat voor of bij de exploitant personen werken of zullen werken die nog niet de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt, slachtoffer zijn van mensenhandel of verblijven of werken in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000;

i. het maximum, als bedoeld in artikel 3:3, eerste lid, is bereikt;

j. de vergunning is aangevraagd voor de exploitatie van een raamprostitutiebedrijf; of

k. de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd zal opleveren met een geldend bestemmingsplan, een bestemmingsplan in ontwerp dat ter inzage is gelegd, een geldend exploitatieplan, voorbereidingsbesluit of omgevingsplan of een bekendgemaakte ontwerpwijziging daarvan.

2. De burgemeester kan nadere regels stellen met betrekking tot hetgeen onder slecht levensgedrag, als bedoeld in het eerste lid, onder c, wordt verstaan.

3. Een vergunning voor een seksbedrijf kan worden geweigerd indien:

a. voor het seksbedrijf reeds eerder een vergunning is ingetrokken op grond van artikel 3:9, gedurende een periode van vijf jaar na de intrekking van die vergunning;

b. voor het seksbedrijf reeds eerder een vergunning is ingetrokken onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, gedurende een periode van vijf jaar na de intrekking van die vergunning;

c. de vergunning geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op het exploiteren van een seksbedrijf in een seksinrichting waarvoor eerder een vergunning is ingetrokken, of in die seksinrichting eerder zonder vergunning een seksbedrijf is uitgeoefend;

d. het bedrijfsplan niet voldoet aan het bepaalde in artikel 3:15, eerste en tweede lid; of

e. de openbare orde, de openbare veiligheid, de woon- en leefomgeving of de gezondheid van sekswerkers of klanten nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de seksinrichting waarvoor de vergunning is aangevraagd.

Artikel 3:11

Intrekkings- en schorsingsgronden

1. De vergunning voor een seksbedrijf wordt ingetrokken indien:

a. in de seksinrichting een minderjarige sekswerker wordt aangetroffen;

b. de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen indien bij de beoordeling daarvan de juiste of volledige gegevens bekend waren geweest;

c. de vergunning in strijd met een wettelijk voorschrift is gegeven;

d. is gehandeld in strijd met de artikelen 3:11, onder c, 3:13 en 3:14, eerste lid, en 3:16;

e. zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees rechtvaardigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde of openbare veiligheid;

f. zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 3:8, eerste lid of

g. de uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan, voorbereidingsbesluit of omgevingsplan.

2. De vergunning voor een seksbedrijf kan worden geschorst of ingetrokken indien:

a. is gehandeld in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen;

b. in verband met gewijzigde wettelijke voorschriften, gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten de bescherming van de belangen met het oog waarop het vergunningsvereiste is gesteld, zwaarder wegen dan het belang van de vergunninghouder bij behoud van de vergunning;

c. een niet in de vergunning vermelde persoon (feitelijk) exploitant of beheerder is geworden;

d. is gehandeld in strijd met een of meer van de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde bepalingen, onverminderd het eerste lid, onder c;

e. is gehandeld in strijd met de in het bedrijfsplan beschreven maatregelen;

f. zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die de vrees rechtvaardigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de woon- en leefomgeving of de gezondheid van sekswerkers of klanten; of

g. de exploitant dan wel de beheerder het toezicht op het seksbedrijf en/of de seksinrichting belemmert of bemoeilijkt.

Artikel 3:12

Vervallen vergunning

De vergunning voor een seksbedrijf vervalt indien:

a. de exploitatie van het seksbedrijf en/of de onder het seksbedrijf vallende seksinrichting feitelijk is beëindigd;

b. het seksbedrijf geheel of gedeeltelijk is overgedragen;

c. de exploitant is overleden; of

d. gedurende zes aaneengesloten maanden, anders dan vanwege overmacht, geen gebruik is gemaakt van de vergunning.

Artikel 3:13

Adverteren

Het is verboden in advertenties voor een seksbedrijf:

a. geen vermelding op te nemen van het telefoonnummer, bedoeld in artikel 3:7, eerste lid, onder j;

b. geen vermelding op te nemen van het vergunningnummer, bedoeld in artikel 3:7, eerste lid, onder l;

c. onveilige seks aan te bieden of te garanderen dat sekswerkers die voor of bij het betreffende seksbedrijf werken vrij zijn van seksueel overdraagbare aandoeningen.

Afdeling 3. Aanvullende bepalingen

Artikel 3:14

Openingstijden

1. Het is de exploitant en de beheerder verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben of daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen 02.00 uur en 10.00 uur.

2. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de gezondheid, de zedelijkheid, ter bescherming van sekswerkers of ter voorkoming van beperking van overlast andere sluitingstijden vaststellen.

3. Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat die inrichting bij of krachtens dit hoofdstuk gesloten dient te zijn voor bezoekers.

Artikel 3:15

Toegang tot de seksinrichting

Het is de exploitant en de beheerder verboden personen die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt toe te laten of te laten verblijven in een seksinrichting.

Artikel 3:16

Vereisten aan sekswerkers

1. Het is een exploitant verboden een sekswerker voor of bij zich te laten werken:

a. die nog niet de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt;

b. die in Nederland verblijft of werkt in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000; of

c. indien hij het vermoeden heeft of redelijkerwijs zou moeten hebben dat de sekswerker gedwongen wordt te werken als sekswerker.

2. Indien de exploitant een vermoeden als bedoeld het eerste lid, onder c, heeft, maakt hij daarvan onmiddellijk melding bij de toezichthouder. De melding leidt niet tot intrekking van de vergunning.

Artikel 3:17

Bedrijfsplan

1. Een seksbedrijf beschikt over een bedrijfsplan, waarin in ieder geval wordt beschreven welke maatregelen de exploitant treft:

a. op het gebied van hygiëne;

b. ter bescherming van de gezondheid, de veiligheid en het zelfbeschikkingsrecht van de sekswerkers;

c. ter bescherming van de gezondheid van de klanten; en

d. ter voorkoming van strafbare feiten.

2. Uit het bedrijfsplan blijkt in ieder geval:

a. welke maatregelen de exploitant neemt om te voorkomen dat in het seksbedrijf sekswerkers werkzaam zijn die het slachtoffer zijn van mensenhandel of andere vormen van uitbuiting;

b. welke maatregelen worden genomen om te waarborgen dat de in het seksbedrijf werkzame sekswerkers voldoende zelfredzaam zijn;

c. welke maatregelen worden genomen om te waarborgen dat de in het seksbedrijf werkzame sekswerkers niet worden verplicht tot het verrichten van seksuele handelingen tegen hun wil en tot het gebruik van drugs of tot het nuttigen van alcoholhoudende dranken;

d. welke maatregelen worden genomen om te waarborgen dat de in het bedrijf werkzame sekswerkers klanten kunnen weigeren;

e. welke maatregelen worden genomen om te waarborgen dat er voldoende toezicht plaatsvindt op het seksbedrijf;

f. welke maatregelen worden genomen om te waarborgen dat de gezondheid en de veiligheid van klanten voldoende wordt beschermd;

g. dat de geneeskundige zorg en voorlichting met betrekking tot beroepsgerelateerde ziektes ten behoeve van de sekswerkers beschikbaar is;

h. dat gewaarborgd is dat de sekswerkers vrij worden gelaten in het contact met organisaties die van belang zijn voor hun lichamelijke of geestelijke gezondheid; en

i. onder welke arbeids- en verhuurvoorwaarden de in het seksbedrijf werkzame sekswerkers werken.

3. De exploitant meldt een voorgenomen wijziging van het bedrijfsplan onmiddellijk aan de burgemeester. De wijziging wordt, na schriftelijke goedkeuring van de burgemeester, als onderdeel van het bedrijfsplan aangemerkt, mits deze voldoet aan de eisen die overeenkomstig het eerste en tweede lid aan een bedrijfsplan worden gesteld.

4. De burgemeester kan nadere regels stellen ten aanzien van hetgeen in het bedrijfsplan wordt opgenomen.

Artikel 3:18

Vereisten aan exploitant en beheerder

1. De exploitant dan wel de beheerder van een seksbedrijf met een seksinrichting, is in de seksinrichting aanwezig en bereikbaar gedurende de uren dat het seksbedrijf daadwerkelijk wordt uitgeoefend, of kan zo nodig binnen vijf minuten na een oproep aanwezig zijn in de seksinrichting.

2. Het is verboden om als exploitant dan wel als beheerder, gedurende de uren dat degene werkzaam is als exploitant dan wel als beheerder, gelijktijdig werkzaam te zijn als sekswerker.

3. De exploitant draagt er zorg voor dat de voor of bij het seksbedrijf werkzame personen niet zijn veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel.

4. De exploitant draagt er zorg voor dat in de bedrijfsadministratie de actuele gegevens zijn opgenomen van de sekswerkers die voor of bij de exploitant werken en dat het daarop betrekking hebbende deel van de bedrijfsadministratie en het bedrijfsplan, bedoeld in artikel 3:15, eerste lid, te allen tijde beschikbaar zijn voor toezichthouders.

5. De exploitant dan wel de beheerder draagt er zorg voor dat er een deugdelijke bedrijfsadministratie wordt gevoerd waarin de actuele gegevens zijn opgenomen van in ieder geval:

a. de voor of bij het seksbedrijf werkzame sekswerkers;

b. een werkrooster van de per dag werkzame sekswerkers in de seksinrichting, waarop van iedere sekswerker is aangegeven op welk tijdstip de sekswerker is begonnen en geëindigd met werken;

c. een werkrooster van de per dag werkzame beheerders in de seksinrichting;

d. de verhuuradministratie, in het geval sprake is van verhuur van een kamer in de seksinrichting.

6. De exploitant en de beheerder dragen er zorg voor dat de hygiënerichtlijnen voor seksinrichtingen van het Landelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid worden nageleefd.

Afdeling 4. Raam- en straatprostitutie

Artikel 3:19

Raam – en straatprostitutie

1. Het is een sekswerker verboden:

a. zich vanuit een gebouw of vanuit de toegang naar een gebouw aan klanten die zich op of aan de weg bevinden beschikbaar te stellen; en

b. passanten hinderlijk te bejegenen of zich aan passanten op te dringen dan wel zich ongekleed of vrijwel ongekleed achter het raam van een seksinrichting of in de toegang tot een seksinrichting op te houden.

2. Het is verboden op of aan de weg of zich op, aan of in een andere vanaf de weg zichtbare plaats op te houden met het kennelijke doel zich beschikbaar te stellen voor prostitutie of op of aan de weg seksuele handelingen te verrichten als dit kennelijk geschiedt in het kader van prostitutie.

Afdeling 5. Overige bepalingen

Artikel 3:20

Verbodsbepaling klanten

1. Het is een klant verboden seksuele handelingen te verrichten met een sekswerker van wie hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat zij werkzaam is voor of bij een exploitant aan wie geen vergunning voor een seksbedrijf is verleend.

2. Het is verboden op of aan de weg of op, aan of in een andere voor publiek toegankelijke plaats gebruik te maken van de diensten van een sekswerker.

3. Het verbod, bedoeld in het tweede lid, geldt niet in een seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend.

Artikel 3:21

Erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke

Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van erotisch-pornografische aard openlijk tentoon te stellen, aan te bieden of aan te brengen als de burgemeester aan de rechthebbende heeft bekend gemaakt dat de wijze van tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar brengt.

Artikel 3:22

Ordeverstoring

1. Onverminderd artikel 2:1b, eerste lid, is het verboden in een seksinrichting de orde te verstoren.

2. Onverminderd artikel 2:1b, tweede lid, is het is verboden enig gereedschap, voorwerp of middel te vervoeren of bij zich te hebben met de kennelijke bedoeling daarmee in een seksinrichting de orde te verstoren.

Afdeling 6. Handhaving

Artikel 3:23

Sluiting seksinrichting

1. De burgemeester kan een seksinrichting voor een bepaalde duur geheel of gedeeltelijk sluiten indien een daar gevestigd seksbedrijf:

a. wordt geëxploiteerd zonder geldige vergunning;

b. heeft gehandeld in strijd met een of meer van de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde bepalingen; of

c. wordt geëxploiteerd in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen.

2. Het is eenieder verboden een op grond van het eerste lid gesloten seksinrichting te betreden of daarin te verblijven of te laten verblijven.

3. De sluiting wordt tevens bekend gemaakt door het besluit tot sluiting aan te brengen op of nabij de toegang(en) van de seksinrichting.

4. De sluiting kan op aanvraag van belanghebbenden door de burgemeester worden opgeheven, wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar zijn oordeel voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de gronden, die tot de sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.

Afdeling 7. Overgangsbepaling

Artikel 3:24

Verlengde geldigheid vergunning

1. Een voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening verleende vergunning voor een seksbedrijf, die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet is ingetrokken of vervallen, geldt gedurende zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening als een vergunning als bedoeld artikel 3:3.

2. Indien binnen zes maanden na inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag is ingediend, blijft de vergunning van kracht totdat op de aanvraag is beslist.

Artikel 3:25

Uitgestelde inwerkingtreding

De artikelen 3:8, eerste lid, onder g, en artikel 3:14, eerste lid, onder a, zijn gedurende twaalf maanden na inwerkingtreding van deze verordening niet van toepassing op een seksbedrijf, dat op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening reeds beschikte over een niet ingetrokken of niet vervallen vergunning.

← terug naar Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Almelo 2021