De vergunning voor een openbare inrichting vervalt indien:

a. de exploitatie van openbare inrichting feitelijk is beëindigd;

b. de openbare inrichting geheel of gedeeltelijk is overgedragen;

c. de exploitant is overleden; of

d. gedurende zes aaneengesloten maanden, anders dan wegens overmacht, geen gebruik is gemaakt van de vergunning.

Titel 3. Aanvullende bepalingen