1. De burgemeester beslist op de aanvraag van een vergunning voor een evenement:
a. binnen acht weken bij een A-evenement;
b. binnen tien weken bij een B-evenement; en
c. binnen twaalf weken bij een C-evenement.
2. De in het eerste lid gestelde termijnen kunnen door de burgemeester met ten hoogste vier weken worden verlengd.
3. Als naast een aanvraag om een vergunning voor een evenement ook een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt ingediend, is afdeling 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing op de behandeling van de aanvragen om een vergunning. De burgemeester is het coördinerend bestuursorgaan.
4. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.