1. Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest op te treden op een openbare plaats als de straatartiest daarvan niet ten minste vijf werkdagen voorafgaand aan de eerste vertoning daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester.

2. Als de straatartiest een melding heeft gedaan bij de burgemeester, mag de straatartiest gedurende één jaar als straatartiest optreden.

3. Een melding voor een vertoning als straatartiest wordt ingediend met gebruikmaking van een door de burgemeester vastgesteld formulier.

4. De straatartiest ontvangt van de melding een ontvangstbevestiging van de burgemeester.

5. De burgemeester kan, in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid, het milieu of ter bevordering van een ordelijk verloop van de vertoning, voorschriften en beperkingen stellen aan de vertoning of de vertoning verbieden.

6. De straatartiest draagt er zorg voor dat de ontvangstbevestiging, als bedoeld in het vierde lid, voorhanden is tijdens de vertoning.

7. De burgemeester kan nadere regels vaststellen ten behoeve van straatartiesten.

Afdeling 5. Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen