1. De vergunning voor een evenement wordt ingetrokken indien:

a. de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen indien bij de beoordeling daarvan de juiste of volledige gegevens bekend waren geweest;

b. de vergunning in strijd met een wettelijk voorschrift is gegeven; of

c. in het geval er sprake is van een langdurend of meerdaags evenement, zich tijdens het evenement feiten hebben voorgedaan die de vrees rechtvaardigen dat het van kracht blijven van de vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu.

2. Onverminderd hetgeen is bepaald in artikel 1:6 kan de vergunning voor een evenement worden ingetrokken indien:

a. is gehandeld in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen;

b. in verband met gewijzigde wettelijke voorschriften, gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten de bescherming van de belangen met het oog waarop een vergunningsvereiste is gesteld, zwaarder wegen dan het belang van de vergunninghouder bij behoud van de vergunning;

c. de organisator het toezicht op het evenement belemmert of bemoeilijkt;

d. de organisator de door de burgemeester gestelde aanwijzingen, als bedoeld in artikel 2:25f, niet terstond of volledig heeft opgevolgd; of

e. is gehandeld in strijd met een of meer van de bij of krachtens deze afdeling gestelde bepalingen.