1. Degene die het voornemen heeft om op een openbare plaats een manifestatie te houden, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste 48 uren voordat de manifestatie wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester.
2. De kennisgeving bevat:
a. naam, adres en telefoonnummer van degene die de manifestatie houdt (organisator);
b. het doel van de manifestatie;
c. de datum waarop de manifestatie wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging;
d. de plaats en, voor zover van toepassing, de route;
e. voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; en
f. maatregelen die degene die de manifestatie houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen.
3. Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een ontvangstbevestiging waarin de datum en het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.
4. Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip voorafgaat vóór 12.00 uur.
5. De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het eerste lid genoemde termijn verkorten, een mondelinge kennisgeving in behandeling nemen of een kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn.