1. De vergunning voor een openbare inrichting vermeldt in ieder geval:
a. de exploitant(en);
b. de leidinggevende(n), die vermeld worden op een bij de vergunning behorend aanhangsel, die onlosmakelijk onderdeel uitmaakt van de vergunning;
c. tot welke bedrijfsuitoefening de vergunning strekt;
d. het adres waar de openbare inrichting wordt uitgeoefend;
e. de handelsnaam waaronder wordt geëxploiteerd en het nummer van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel;
f. in het geval de vergunning niet voor onbepaalde tijd wordt verleend, de geldigheidsduur van de vergunning;
g. de lokaliteiten en afmetingen van de openbare inrichting;
h. de openingstijden van de openbare inrichting;
i. de voorschriften of beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden; en
j. het nummer van de vergunning; en
k. indien er (tevens) een terras is vergund, de afmetingen, oppervlakte en situering van het terras, inclusief een tekening/plattegrond van het terras (met details zoals bomen, parkeerplaatsen, verkeershinderingen, bebouwing, lichtmasten, et cetera).
2. De exploitant draagt er zorg voor dat de vergunning en het daarbij behorende aanhangsel of een afschrift daarvan aanwezig is in de openbare inrichting waarvoor de vergunning (mede) is verleend.
3. De exploitant meldt iedere verandering waardoor zijn openbare inrichting niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens, als bedoeld in het eerste lid, onmiddellijk aan de burgemeester. De burgemeester verleent een gewijzigde vergunning, indien de openbare inrichting (nog steeds) aan de vereisten voldoet.